ECLI:NL:PHR:2004:AO6933
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Toelating schuldsaneringsregeling bij gehuwden in gemeenschap van goederen
De zaak betreft een verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling door een gehuwd stel dat in gemeenschap van goederen is gehuwd onder Turks recht. De rechtbank en het hof wezen het verzoek van beide echtgenoten af vanwege een fraudeschuld van de man. Het hof motiveerde de afwijzing van het verzoek van de vrouw mede door de afwijzing van het verzoek van haar echtgenoot, omdat zij in gemeenschap van goederen waren gehuwd.
De vrouw stelde cassatie in tegen deze beslissing. De Hoge Raad overwoog dat de wettelijke regeling van de Faillissementswet een individuele beoordeling vereist van het verzoek tot schuldsanering, ook bij gehuwden in gemeenschap van goederen. De afwijzing van het verzoek van de ene echtgenoot leidt niet automatisch tot afwijzing van het verzoek van de andere, omdat de afwijzingsgronden limitatief zijn en niet kunnen worden uitgebreid met het argument van 'meegezogen worden'.
De Hoge Raad vernietigde het arrest van het hof en verwees de zaak naar een ander gerechtshof voor hernieuwde beoordeling. De uitspraak benadrukt dat praktische problemen bij samenloop van faillissement en schuldsanering binnen een huwelijk niet door de rechter, maar door de wetgever moeten worden opgelost.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst de zaak voor hernieuwde beoordeling, waarbij de afwijzing van het verzoek van de vrouw niet automatisch volgt uit de afwijzing van haar echtgenoot.