ECLI:NL:HR:2001:ZC3648
Hoge Raad
- Cassatie
- C.H.M. Jansen
- J.B. Fleers
- A. Hammerstein
- Rechtspraak.nl
Beëindiging schuldsaneringsregeling en faillissement bij gemeenschap van goederen
De Rechtbank te Assen sprak op 19 oktober 1999 de definitieve toepassing van de schuldsaneringsregeling uit ten aanzien van echtgenoten De Boer en Meintjes, gehuwd in gemeenschap van goederen. De bewindvoerder verzocht op 8 september 2000 de regeling te beëindigen wegens niet-nakoming van verplichtingen en benadeling van schuldeisers. De Rechtbank wees het verzoek van De Boer af maar stemde in met het verzoek van de bewindvoerder, waarna het faillissement werd uitgesproken.
Beide echtgenoten gingen in hoger beroep bij het Gerechtshof Leeuwarden, dat het vonnis van de Rechtbank bekrachtigde. Het Hof oordeelde dat door het faillissement van Meintjes ook het faillissement van De Boer automatisch volgde vanwege de gemeenschap van goederen, waardoor zij geen belang meer had bij haar verzoek tot beëindiging van de regeling.
De Hoge Raad stelde vast dat artikel 63 Faillissementswet Pro niet bepaalt dat het faillissement van de ene echtgenoot automatisch het faillissement van de andere meebrengt. Het oordeel van het Hof was daarom gebaseerd op een onjuiste rechtsopvatting of onvoldoende gemotiveerd. De zaak werd vernietigd en verwezen naar het Hof Arnhem voor verdere behandeling.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof Leeuwarden en verwijst de zaak naar het Hof Arnhem voor verdere behandeling.