ECLI:NL:PHR:2004:AO7721
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid gemeente voor nalatig politieoptreden bij ongeregeldheden en immateriële schade
In de nacht van 30 op 31 december 1997 vonden ernstige ongeregeldheden plaats bij de woning van de verweerders in Groningen. Ondanks herhaalde oproepen om politiehulp werd de inzet van de Mobiele Eenheid vertraagd, waardoor de bewoners zich langdurig bedreigd voelden. De rechtbank stelde de gemeente en de politieregio hoofdelijk aansprakelijk voor de immateriële schade die de bewoners hierdoor leden.
De gemeente voerde in cassatie aan dat zij slechts aansprakelijk kon zijn indien de fout van de politie terug te voeren was op een direct bevel van de burgemeester, en dat de politieregio exclusief aansprakelijk was. De Hoge Raad oordeelde dat de aansprakelijkheid van de gemeente niet afhankelijk is van het daadwerkelijk geven van instructies, maar van de gezagsverhouding en bevoegdheid om aanwijzingen te geven.
Verder bevestigde de Hoge Raad dat een schending van het recht op eerbiediging van de woning een aantasting van de persoonlijke levenssfeer kan vormen die recht geeft op immateriële schadevergoeding, ook zonder lichamelijk letsel of aantasting van eer en goede naam. De nalatigheid van de gemeente leidde tot een ernstig geschokt rechtsgevoel en gevoel van onveiligheid bij de bewoners.
De Hoge Raad verwierp de cassatieklachten van de gemeente en bevestigde daarmee de aansprakelijkheid voor de immateriële schade. Tevens werd benadrukt dat de politie te passief is gebleven en dat de belangen van de bewoners onvoldoende zijn meegewogen bij de besluitvorming over politieoptreden.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de aansprakelijkheid van de gemeente Groningen voor immateriële schade door nalatig politieoptreden tijdens ongeregeldheden.