5. Uit de door het hof gebezigde bewijsmiddelen kan worden afgeleid dat:
- verzoekers mededader [medeverdachte] op 9 juli 2001 verzoeker heeft gebeld om te vragen of verzoeker naar het café [A] te 's-Gravenhage kwam met het vuurwapen van [medeverdachte] omdat [medeverdachte] problemen had met een neef ([slachtoffer 2]);
- verzoeker gehoor heeft gegeven aan het verzoek van [medeverdachte];
- [medeverdachte] aan verzoeker heeft uitgelegd hoe het vuurwapen werkte;
- verzoeker zich in het bezit van het vuurwapen heeft bevonden in voormeld café;
- [medeverdachte] toen door genoemde [slachtoffer 2] is opgebeld met de mededeling dat [slachtoffer 2] voor de deur van dat café stond;
- het slachtoffer [slachtoffer 1] zich in het gezelschap van [slachtoffer 2] bevond;
- [medeverdachte] vervolgens als eerste het café uit is gelopen en tegen [slachtoffer 2] heeft gezegd: "Het is afgelopen. Ik ben klaar om oorlog te maken";
- [medeverdachte] vervolgens heeft gezegd: "Kom maar, kom maar" en daarna "Schiet dan, schiet dan" en "Schiet ze";
- verzoeker vervolgens het café uit is komen lopen met het vuurwapen (dat hij al in zijn hand had, of direct uit zijn broeksband heeft gehaald) en dat wapen heeft gericht op [slachtoffer 2], waarbij [medeverdachte] bleef schreeuwen "Schiet dan, schiet dan";
- [slachtoffer 2] naar een boom aan de overzijde van de ventweg is gerend en dat [slachtoffer 1] achter hem stond;
- verzoeker in de richting van [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] is gelopen en met het wapen gericht op [slachtoffer 2] om de boom is gaan lopen;
- [slachtoffer 2] op een gegeven moment de hand van verzoeker heeft vastgepakt, maar dat [medeverdachte] [slachtoffer 2] toen heeft vastgepakt en ten val gebracht;
- vervolgens [slachtoffer 1] en verzoeker elkaar hebben vastgepakt en dat verzoeker op dat moment zijn vinger om de trekker van het doorgeladen vuurwapen had(1) en het wapen kennelijk heeft gericht op de linkerborst van [slachtoffer 1];
- [slachtoffer 1] toen door verzoeker in zijn linkerborst is geschoten, waardoor [slachtoffer 1] ten val kwam;
- [slachtoffer 1] uiteindelijk aan lichamelijke complicaties als gevolg van dit schot is overleden;
- verzoeker vervolgens met het vuurwapen in zijn handen op [slachtoffer 2] is afgelopen en het vuurwapen weer op [slachtoffer 2] heeft gericht;
- [slachtoffer 2] dekking heeft gezocht achter [medeverdachte];
- verzoeker met het op [slachtoffer 2] en [medeverdachte] gerichte vuurwapen in zijn twee handen op een halve meter afstand van [slachtoffer 2] en [medeverdachte] is gaan staan;
- [medeverdachte] tegen verzoeker heeft gezegd "Schiet dan" en "Schiet maar, schiet maar" en dat [medeverdachte] zich vervolgens heeft laten vallen, zodat verzoeker met het vuurwapen recht voor [slachtoffer 2] kwam te staan;
- [slachtoffer 2] toen door zijn knieën is gezakt;
- [medeverdachte] vervolgens heeft gezegd: "Schiet maar, hoofd, hoofd, geen bewijs achterlaten";
- verzoeker vervolgens een aantal malen het vuurwapen heeft doorgeladen en de trekker een aantal malen heeft overgehaald, waarbij hij het vuurwapen op het hoofd van [slachtoffer 2] gericht heeft gehouden, doch dat dit niet heeft geleid tot het afvuren van een kogel.