ECLI:NL:PHR:2004:AO8320
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt voorwaardelijk opzet bij medeplegen doodslag ondanks bewijsverweer
De zaak betreft een arrest van de Hoge Raad waarin de verdachte werd veroordeeld voor medeplegen van doodslag en poging tot moord. Het hof had vastgesteld dat verdachte en zijn mededader een vuurwapen gebruikten om een ander te doden, waarbij het slachtoffer door een schot overleed.
De verdachte voerde in cassatie aan dat het hof onvoldoende had gemotiveerd dat hij voorwaardelijk opzet had op de dood van het slachtoffer, en dat het wapen per ongeluk was afgegaan. De Hoge Raad oordeelde dat het hof terecht had geoordeeld dat verdachte willens en wetens de aanmerkelijke kans op de dood van het slachtoffer heeft aanvaard, gelet op de omstandigheden waaronder het vuurwapen werd gehanteerd.
Daarnaast werd het verweer dat de voorlopige hechtenis onrechtmatig was gevoerd verworpen, omdat het gesloten stelsel van rechtsmiddelen in strafzaken niet toelaat dat dit verweer opnieuw bij de terechtzitting wordt gevoerd. Ook het verzoek tot het horen van een getuige-deskundige werd afgewezen vanwege onvoldoende aannemelijkheid van het verweer dat het wapen leeg was.
De Hoge Raad verwierp alle cassatiemiddelen en bevestigde het arrest van het hof, waarbij de verdachte tot negen jaar gevangenisstraf werd veroordeeld en een schadevergoedingsmaatregel werd opgelegd.
Uitkomst: Hoge Raad bevestigt negen jaar gevangenisstraf voor medeplegen doodslag met voorwaardelijk opzet.