ECLI:NL:HR:2001:AB1566
Hoge Raad
- Cassatie
- G.G. van Erp Taalman Kip-Nieuwenkamp
- A.M.M. Orie
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- J.P. Balkema
- A.J.A. van Dorst
- Rechtspraak.nl
Verwerping cassatieberoep wegens niet-toepassing art. 359a Sv bij vormverzuimen aanhouding en inverzekeringstelling
De verdachte werd door het hof veroordeeld tot twaalf jaar gevangenisstraf voor diefstal met geweld en de dood tot gevolg. Het cassatieberoep richtte zich niet tegen de vrijspraken, maar tegen de wijze waarop het hof omging met vermeende vormverzuimen bij de aanhouding en inverzekeringstelling van de verdachte.
De raadsman van de verdachte stelde dat de aanhouding en inverzekeringstelling onrechtmatig waren, onder meer omdat de verdachte niet in een voor hem begrijpelijke taal was geïnformeerd over de redenen van zijn vrijheidsbeneming, hetgeen in strijd zou zijn met artikel 5 lid 2 EVRM Pro en artikel 9 lid 2 IVBP Pro. Ook werd aangevoerd dat herstel van gebreken in het bevel inverzekeringstelling via proces-verbaal niet rechtmatig was.
De Hoge Raad oordeelde dat dergelijke verzuimen aan de rechter-commissaris moeten worden voorgelegd en dat tegen diens oordeel geen hogere voorziening openstaat. Het is niet toegestaan deze vormverzuimen tijdens de terechtzitting alsnog aan te voeren, omdat dit het gesloten stelsel van rechtsmiddelen zou doorkruisen. Het hof had dus terecht geoordeeld dat deze vormverzuimen niet onder art. 359a Sv vallen.
Daarom kon het middel niet tot cassatie leiden en werd het beroep verworpen. De Hoge Raad vond geen reden om ambtshalve tot vernietiging van het arrest over te gaan.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen omdat vormverzuimen bij aanhouding en inverzekeringstelling niet via art. 359a Sv tijdens de terechtzitting kunnen worden aangevoerd.