ECLI:NL:PHR:2004:AO8370
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over openbaarheid jeugdstrafproces en omzetting voorwaardelijke jeugddetentie
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam waarbij verzoeker is veroordeeld voor meerdere gewelds- en diefstalgerelateerde feiten, waarvan een deel gepleegd toen hij minderjarig was. Het hof heeft de strafoplegging gebaseerd op het meerderjarigenstrafrecht, ondanks de minderjarige leeftijd bij enkele feiten, en heeft de voorwaardelijke jeugddetentie omgezet in een gevangenisstraf.
Een belangrijk geschilpunt was de openbare behandeling van de zaak, terwijl art. 495b Sv voorschrijft dat strafzaken tegen minderjarigen in beginsel achter gesloten deuren moeten plaatsvinden. De Hoge Raad oordeelt dat het ontbreken van een expliciete beslissing tot openbaarheid in het proces-verbaal niet tot cassatie leidt, zeker niet wanneer geen bezwaar is gemaakt door verdachte of zijn raadsman en geen aantoonbaar nadeel is ontstaan.
Daarnaast bevestigt de Hoge Raad dat de rechter niet bij de last tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke jeugddetentie deze straf kan vervangen door een gevangenisstraf volgens art. 9.1 Sr. Tenslotte wijst de Hoge Raad op de overschrijding van de redelijke termijn in cassatie, wat aanleiding geeft tot matiging van de straf. Het beroep wordt voor het overige verworpen.
Uitkomst: Het arrest wordt vernietigd voor de strafoplegging en de straf gematigd wegens overschrijding van de redelijke termijn.