ECLI:NL:PHR:2004:AO9090
Parket bij de Hoge Raad
- mr. Silvis
- mr. Koning
- mr. Mos-Verstraten
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van locatiegegevens als inlichtingen ter zake van telecommunicatieverkeer en bewijsgebruik in strafzaak gewapende overvallen
In deze strafzaak stond de vraag centraal of locatiegegevens van mobiele telefoons als inlichtingen ter zake van alle verkeer in de zin van art. 125f (oud) en 126n Sv kunnen worden aangemerkt en daarmee rechtmatig als bewijs kunnen dienen. De zaak betrof gewapende overvallen en voorbereidingen daartoe, waarbij printgegevens van mobiele telefoons werden gebruikt om verblijfplaatsen en contacten van de verdachten vast te stellen.
Het hof had geoordeeld dat locatiegegevens tijdens telefoongesprekken onder de genoemde inlichtingen vallen en dat het gebruik daarvan geen schending van grondwettelijke en verdragsrechten inhoudt. Dit oordeel werd door de Hoge Raad bevestigd, waarbij werd benadrukt dat het hier niet ging om locatiegegevens van stand-by telefoons, maar van telefoons tijdens communicatie.
Verder werd geoordeeld dat het hof terecht had afgezien van het opnieuw oproepen van een getuige vanwege de onwaarschijnlijke verschijning binnen een aanvaardbare termijn, en dat het hof het onderzoek ter terechtzitting terecht opnieuw had aangevangen na wijziging van de samenstelling van het college.
De Hoge Raad verwierp ook het verweer dat de bewezenverklaring onvoldoende was gemotiveerd vanwege de mogelijkheid dat anderen de telefoon gebruikten, omdat de verdachte geen concrete aanwijzingen had geleverd voor een ander gebruik. Ten slotte bevestigde de Hoge Raad de oplegging van een schadevergoedingsmaatregel aan benadeelde partijen en de regeling dat betaling aan de staat de verplichting tot betaling aan de benadeelden doet vervallen.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot dertien jaar gevangenisstraf en een schadevergoedingsmaatregel, waarbij locatiegegevens van mobiele telefoons als rechtmatig bewijs zijn aanvaard.