ECLI:NL:PHR:2004:AO9549
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt nietigheid ontslag op staande voet wegens niet-naleving controlevoorschriften
In deze zaak stond het ontslag op staande voet van een werknemer centraal, die was ontslagen wegens het niet opvolgen van een verzoek tot controle door een bedrijfsarts. De werknemer had zich ziek gemeld en was niet thuis bij controles, met een voorgeschiedenis van disciplinaire maatregelen en een alcoholprobleem in combinatie met ernstige depressieve klachten.
De kantonrechter wees de vorderingen van de werknemer af, maar het hof vernietigde het ontslag op staande voet en kende loonbetaling toe vanaf de datum van ontslag tot het einde van de arbeidsovereenkomst. Het hof oordeelde dat het niet opvolgen van het verzoek tot controle door de bedrijfsarts geen dringende reden vormde, mede vanwege de psychische gesteldheid van de werknemer en de wettelijke regeling die alleen opschorting van loonbetaling toestaat als sanctie.
De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en benadrukte dat de beoordeling van dringende redenen mede afhangt van de omstandigheden van het geval, waaronder persoonlijke omstandigheden van de werknemer. De memorie van toelichting bij de WULBZ maakt duidelijk dat overtreding van controlevoorschriften slechts loonopschorting rechtvaardigt en niet ontslag op staande voet. Ook het aanbod van de werkgever om de werknemer opnieuw in dienst te nemen na het ontslag werd niet relevant geacht voor de beoordeling van de dringende reden.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep van de werkgever en bevestigde daarmee het arrest van het hof dat het ontslag op staande voet nietig was en dat de loonbetaling moest worden voortgezet.
Uitkomst: Het ontslag op staande voet is nietig verklaard en de werknemer heeft recht op doorbetaling van loon.