ECLI:NL:PHR:2004:AO9553
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt bewijsverdeling en afwijzing terugvordering lening tussen vader en zoon
De zaak betreft een geschil tussen een vader en zijn zoon over de terugbetaling van door de vader verstrekte leningen aan de zoon, die een onderneming dreef. De vader vorderde betaling van een bedrag van f 57.372,75, stellende dat dit bedrag niet was terugbetaald. De zoon betwistte dit. De rechtbank wees de vordering af wegens onvoldoende bewijs.
In hoger beroep bevestigde het hof dit oordeel, waarbij het hof de bewijslast voor het bedrag van f 35.000 bij de zoon legde en voor een eventueel hoger bedrag bij de vader. Het hof oordeelde dat de zoon geslaagd was in het bewijs dat het bedrag van f 35.000 niet terugbetaald hoefde te worden, en dat de vader niet had bewezen dat hij meer had betaald dat terugbetaald moest worden.
De vader stelde cassatieberoep in, maar de Hoge Raad verwierp dit beroep. De Hoge Raad bevestigde dat het hof zijn oordeel voldoende had gemotiveerd en dat het oordeel feitelijk was. Er waren geen klachten die tot een andere uitkomst konden leiden. De zaak bevatte geen vragen van belang voor rechtsontwikkeling of rechtseenheid.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de vader wordt verworpen en de vordering tot terugbetaling van de lening afgewezen.