ECLI:NL:PHR:2004:AO9898
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt onrechtmatige toe-eigening en afwijzing verrekening in faillissementszaak
In deze cassatieprocedure staat centraal of eiser, de vader van de gefailleerde dochter, onrechtmatig bedrijfsactiva uit de faillissementsboedel heeft toegeëigend en of hij een beroep op verrekening kan doen op grond van artikel 53 Faillissementswet Pro.
Het hof had geoordeeld dat eiser de Mercedes-auto ten onrechte aan de boedel had onttrokken, ondanks zijn stelling dat hij de auto had gekocht. Het hof vond dat eiser onvoldoende bewijs had geleverd voor deze koop en dat de auto daardoor weer tot de boedel behoorde. Ook met betrekking tot een andere Mercedes was het hof van oordeel dat eiser niet had bewezen dat het om een andere auto ging dan die van de boedel.
De Hoge Raad bevestigt dat het hof terecht heeft geoordeeld dat eiser onrechtmatig heeft gehandeld door activa uit de boedel toe te eigenen. Tevens wijst de Hoge Raad het beroep van eiser op verrekening af, omdat een schuldenaar in faillissement zich niet kan beroepen op verrekening met een vordering van de curator namens de gezamenlijke schuldeisers, zeker niet indien sprake is van opzettelijk toegebrachte schade.
De Hoge Raad benadrukt het belang van het faillissementsrechtelijke beginsel van paritas creditorum en voorkomt dat eigenrichting ten koste van gezamenlijke schuldeisers lonend zou zijn. Het beroep van eiser wordt derhalve verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep van eiser wordt verworpen; hij heeft onrechtmatig bedrijfsactiva toegeëigend en kan geen beroep doen op verrekening.