ECLI:NL:HR:2004:AO9898

Hoge Raad

Datum uitspraak
9 juli 2004
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
C02/248HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • P. Neleman
  • H.A.M. Aaftink
  • O. de Savornin Lohman
  • A. Hammerstein
  • E.J. Numann
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 ROFaillissementswet art. 53Wet op de rechterlijke organisatie art. 81
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatieberoep in faillissementszaak tegen curator

In deze zaak heeft eiser cassatie ingesteld tegen de curator in het faillissement van betrokkene. De Hoge Raad verwijst naar een eerder tussenarrest van 2 mei 2003 waarin de incidentele vordering van eiser werd toegewezen en de zaak werd verwezen voor een conclusie van antwoord.

De curator heeft vervolgens geconcludeerd tot verwerping van het cassatieberoep. De advocaten van beide partijen hebben hun standpunten toegelicht. De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De Hoge Raad oordeelt dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie kunnen leiden en dat nadere motivering niet nodig is omdat de klachten geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling oproepen.

Daarom wordt het cassatieberoep verworpen en wordt eiser veroordeeld in de kosten van het geding, begroot op een bedrag van €1.841,34. Het arrest is gewezen door de vice-president en raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 9 juli 2004.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.

Uitspraak

9 juli 2004
Eerste Kamer
Nr. C02/248HR
RM
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. L.A. van der Niet,
t e g e n
Mr. Daniël Gerard LASSCHUIT, in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van [betrokkene 1],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
advocaat: mr. D.G. Lasschuit.
1. Het verloop van het geding
De Hoge Raad verwijst naar zijn tussenarrest van 2 mei 2003, LJN AF5892, voor het daaraan voorafgegane verloop van het geding. Bij dat arrest heeft de Hoge Raad de incidentele vordering van eiser tot cassatie - verder te noemen: [eiser] - toegewezen en de zaak naar de rol verwezen voor het nemen van een conclusie van antwoord.
In de hoofdzaak heeft verweerder in cassatie - verder te noemen: de curator - vervolgens geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal D.W.F. Verkade strekt tot verwerping van het beroep.
2. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de curator begroot op € 476,34 aan verschotten en € 1.365,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vice-president P. Neleman als voorzitter en de raadsheren H.A.M. Aaftink, O. de Savornin Lohman, A. Hammerstein en E.J. Numann, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A. Hammerstein op 9 juli 2004.