ECLI:NL:PHR:2004:AP0964
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt toepassing overgangsrecht bij eigendomsgeschil over verjaring op Curaçao
In deze zaak vordert eiser eigendom van een perceel grond op Curaçao via verjaring, omdat een deel van zijn gebouw deels op een aangrenzend perceel staat dat eigendom is van de Stichting Monumentenzorg Curaçao. De procedure startte bij het Gerecht in Eerste Aanleg en werd voortgezet bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie (GHvJ) van de Nederlandse Antillen en Aruba. Eiser moest bewijzen dat hij door verjaring eigenaar is geworden van het perceel waarop het gebouw staat.
Het GHvJ oordeelde dat eiser niet voldoende bewijs had geleverd en wees zijn vordering af. Eiser stelde cassatieberoep in tegen dit oordeel, waarbij hij betoogde dat het nieuwe BWNA (Boek 3) van toepassing moest zijn, met name art. 3:105 BWNA Pro, dat een andere regeling voor verjaring bevat. De Hoge Raad overwoog dat overgangsrecht bepaalt dat op lopende zaken het oude recht blijft gelden, tenzij de zaak geheel opnieuw moet worden behandeld, wat hier niet het geval was.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde dat het oude recht van toepassing is op de verjaring in deze zaak. Tevens oordeelde de Hoge Raad dat het GHvJ de bewijsaanbiedingen van eiser terecht als te vaag heeft beoordeeld en dat het hof voldoende gelegenheid heeft gegeven om nadere stellingen te doen. Het arrest benadrukt het belang van rechtszekerheid en het correcte gebruik van overgangsrecht bij de toepassing van nieuwe wetgeving in lopende procedures.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het oordeel van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie wordt bekrachtigd.