ECLI:NL:PHR:2004:AP1154
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing vordering rentevergoeding wegens onbevoegde toezegging
Eiser vorderde een rentevergoeding over een nabetaling van AAW/WAO-uitkeringen die hij jarenlang te laag had ontvangen. Hij stelde dat een medewerker van de Bedrijfsvereniging hem op of omstreeks 1 april 1992 had toegezegd dat over het na te betalen bedrag rente zou worden vergoed, en dat de Bedrijfsvereniging daaraan gebonden was.
In eerdere procedures werd deze vordering afgewezen. Het hof had het bewijsaanbod van eiser om deze toezegging met getuigen te bewijzen, gepasseerd omdat eiser onvoldoende had gesteld dat de medewerker bevoegd was om namens de Bedrijfsvereniging een dergelijke toezegging te doen. De Hoge Raad vernietigde dit oordeel en verwees de zaak terug, waarna het hof eiser alsnog toeliet tot bewijslevering.
Na het horen van getuigen bleef het hof bij zijn oordeel dat het bewijs niet was geleverd. De Hoge Raad overweegt dat de waardering van getuigenverklaringen aan de feitenrechter is voorbehouden en dat het hof zijn oordeel uitvoerig en begrijpelijk heeft gemotiveerd. Het cassatieberoep wordt verworpen, waarmee het hofarrest in stand blijft.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de vordering tot rentevergoeding afgewezen.