ECLI:NL:PHR:2004:AP1872
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt aansprakelijkheid voor onrechtmatige hinder door elektromagnetische straling zender
De zaak betreft een geschil tussen de Naamloze Vennootschap Nozema, exploitant van een kortegolfzender, en een fruitkweker die op een nabijgelegen erfpachtperceel woonde en werkte. De kweker klaagde over technische storingen aan elektrische en elektronische apparatuur en gezondheidsklachten, die hij toeschreef aan de radiogolven van Nozema.
De rechtbank wees de vordering tot schadevergoeding wegens gezondheidsklachten af, maar kende beperkte vergoeding toe voor de technische storingen. Het hof bevestigde dit oordeel en veroordeelde Nozema tot schadevergoeding voor de hinder door technische storingen. Nozema stelde cassatie in tegen dit arrest.
De Hoge Raad bespreekt uitgebreid het leerstuk van onrechtmatige hinder, waarbij het begrip hinder wordt omschreven als een stoornis in het genot van een zaak die als storend wordt ervaren. De beoordeling van onrechtmatigheid hangt af van omstandigheden zoals aard, ernst en duur van de hinder, de vestigingstijd van de benadeelde en maatschappelijke belangen.
Het hof had de hinder als ernstig beoordeeld en de verweren van Nozema, waaronder het ontbreken van een volledige holistische afweging en onvoldoende EMC-kennis, verworpen. De Hoge Raad oordeelt dat het hof voldoende gemotiveerd heeft geoordeeld en dat de klachten van Nozema niet aannemelijk zijn. Het cassatieberoep wordt verworpen.
Deze uitspraak bevestigt de aansprakelijkheid voor onrechtmatige hinder door elektromagnetische straling en benadrukt het belang van een zorgvuldige belangenafweging en adequate technische maatregelen.
Uitkomst: Het cassatieberoep van Nozema wordt verworpen en haar aansprakelijkheid voor onrechtmatige hinder bevestigd.