ECLI:NL:PHR:2004:AP2047
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling oproeping verdachte en schorsing onderzoek bij wijziging tenlastelegging
In deze zaak stond centraal of de rechtbank het onderzoek had moeten schorsen en de verdachte opnieuw oproepen na een wijziging van de tenlastelegging, dan wel dat het onderzoek onderbroken kon worden zonder nieuwe oproeping. De verdachte was aanvankelijk aanwezig bij de zittingen, maar verscheen vanaf een bepaald moment niet meer, terwijl zijn raadsman wel aanwezig bleef. De verdediging voerde aan dat het onderzoek nietig was wegens het ontbreken van oproeping voor de laatste zittingsdag.
Het hof verwierp dit verweer omdat de zittingen niet waren geschorst maar onderbroken, en de verdachte kennelijk afstand had gedaan van zijn recht om het laatste woord te voeren. De rechtbank had de verdachte niet hoeven oproepen omdat de onderbrekingen binnen de wettelijke termijn vielen en de verdachte niet had aangegeven gebruik te willen maken van zijn aanwezigheidsrecht.
De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en stelde dat de rechtbank niet verplicht was het onderzoek te schorsen bij de wijziging van de tenlastelegging, mits de verdachte of diens gemachtigde instemt met voortzetting. Bovendien bood de appelprocedure voldoende compensatie voor eventuele tekortkomingen in de voorbereiding van de verdediging. De klacht over overschrijding van de redelijke termijn in cassatie werd gegrond verklaard, wat leidde tot strafvermindering.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigde dat bij onderbreking van de terechtzitting geen nieuwe oproeping van de verdachte nodig is en mat de straf wegens overschrijding van de redelijke termijn in cassatie.