ECLI:NL:PHR:2004:AP2124
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Bewijs en beoordeling van witwassen van geld afkomstig uit enig misdrijf
Verdachte werd door het Gerechtshof Amsterdam veroordeeld wegens witwassen en het opzettelijk handelen in strijd met de Opiumwet. Hij had op Schiphol een groot geldbedrag van €24.000,- en een hoeveelheid hennep bij zich, waarvan hij wist dat het afkomstig was uit een misdrijf.
Het hof baseerde zijn oordeel op diverse bewijsmiddelen, waaronder verklaringen van opsporingsambtenaren en de verdachte zelf. De verdachte gaf toe dat het geld en de drugs van een derde waren en dat hij het geld moest verbergen en afleveren op Bonaire, waarbij hij niet mocht zeggen van wie het was.
De Hoge Raad oordeelt dat het bewijs van witwassen niet vereist dat het precieze misdrijf wordt vastgesteld, maar dat het voldoende is dat het geld afkomstig is uit enig misdrijf. Het hof heeft op basis van feiten en omstandigheden geoordeeld dat het geld niet op legale wijze verkregen kon zijn.
Het cassatiemiddel dat dit onvoldoende zou zijn, faalt. De Hoge Raad verwerpt het beroep en bevestigt de straf van zes weken gevangenisstraf met verbeurdverklaring van het geld, het vliegticket en de hennep.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling van verdachte voor witwassen en overtreding van de Opiumwet met zes weken gevangenisstraf en verbeurdverklaring.