ECLI:NL:PHR:2004:AP2834
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Verontreiniging van grond met wegenbouwafval en conformiteit koopovereenkomst woonhuis
In deze zaak kochten verweerders een woning met bijbehorend land en weiland van eiser. Na aankoop bleek dat de grond verontreinigd was met wegenbouwafval, waaronder asfalt en klinkers, in gedempte greppels op het perceel. Dit belemmerde het normale gebruik van de grond, zoals ploegen en frezen, en vormde een milieuhygiënisch ongewenste situatie.
De koopovereenkomst bevatte bepalingen dat het onroerend goed geschikt moest zijn voor normaal gebruik als woonhuis en dat verkoper niet bekend was met verontreiniging die dat gebruik zou belemmeren of sanering zou vereisen. Verweerders stelden dat eiser niet conform de overeenkomst had geleverd en vorderden vergoeding van saneringskosten.
De rechtbank oordeelde dat de grond verontreinigd was en dat dit een tekortkoming vormde. Het hof vernietigde het vonnis en stelde verweerders in het gelijk, waarbij eiser werd veroordeeld tot vergoeding van de saneringskosten. De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep van eiser en bevestigde dat de verontreiniging een tekortkoming is die tot aansprakelijkheid leidt.
Het arrest benadrukt dat de bestemming van het verkochte onroerend goed woonhuis is en dat de aanwezigheid van bodemvreemd materiaal dat het normale gebruik belemmert, niet aan de koper kan worden toegerekend. De informatieplicht van de verkoper en de conformiteitseis zijn hierbij van belang.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de verkoper aansprakelijk is voor de bodemverontreiniging en veroordeelt hem tot vergoeding van saneringskosten.