ECLI:NL:PHR:2004:AQ4289
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Veroordeling medeplegen belaging met stelselmatige inbreuk op persoonlijke levenssfeer
De zaak betreft een veroordeling wegens belaging, waarbij verdachte en haar echtgenoot werden veroordeeld voor het stelselmatig en opzettelijk inbreuk maken op de persoonlijke levenssfeer van hun ex-schoondochter en kleinkinderen. Gedurende een periode van zes maanden bezochten zij herhaaldelijk de woonomgeving van de slachtoffers, wachtten hen op, volgden hen te voet en per auto, en stuurden ongewenste post.
De verdediging voerde aan dat de ontmoetingen toevallig waren en dat er geen sprake was van een strafbaar feit conform art. 285b Sr, met name over het begrip 'stelselmatig'. Het hof oordeelde dat de gedragingen van verdachte en haar echtgenoot wel degelijk een stelselmatige inbreuk vormden, met een zekere intensiteit, duur en frequentie, en wees het verweer af. Tevens werd geoordeeld dat één rechtsgeldige klacht volstaat bij meerdere slachtoffers, en dat de klacht van de ex-schoondochter mede namens de kleinkinderen was ingediend.
De Hoge Raad verwierp de cassatiemiddelen, bevestigde de uitleg van het begrip 'stelselmatig' zoals gehanteerd door het hof, en oordeelde dat de bewijsvoering voldoende was om het oogmerk van dwingen en het stelselmatige karakter van de belaging aan te nemen. Ook werd het beroep op niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie afgewezen. De veroordeling tot een voorwaardelijke geldboete met bijzondere voorwaarden, waaronder een straatverbod en schadevergoeding, bleef in stand.
Uitkomst: Verdachte en haar echtgenoot zijn veroordeeld voor medeplegen van belaging met een voorwaardelijke geldboete, straatverbod en schadevergoeding.