ECLI:NL:HR:2004:AQ4289
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- G.J.M. Corstens
- J.W. Ilsink
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over klachtvereiste bij belaging en vervolging meervoudige slachtoffers
In deze zaak stond de vraag centraal of bij het misdrijf belaging, dat een klachtdelict is, bij meerdere slachtoffers volstaan kan worden met één rechtsgeldige klacht. Het hof had geoordeeld dat één klacht van een van de slachtoffers voldoende was om vervolging tegen de verdachte te rechtvaardigen, ook ten aanzien van de andere slachtoffers.
De Hoge Raad verwierp deze opvatting en stelde dat het wetsartikel 285b Sr en de ratio van het klachtvereiste vereisen dat elk slachtoffer zelf een klacht moet indienen. Dit is bedoeld om het persoonlijk belang van het slachtoffer te beschermen tegen ongewilde strafvervolging. Het hof had hiermee een onjuiste rechtsopvatting gehuldigd.
Echter, de Hoge Raad oordeelde dat indien uit het onderzoek blijkt dat ook de andere slachtoffers de vervolging wensen, dit kan worden gezien als een geldige klacht. In deze zaak bleek uit verklaringen dat de andere slachtoffers inderdaad vervolging wilden. Daarom leidde het oordeel van het hof niet tot cassatie.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde daarmee het arrest van het hof dat de verdachte veroordeelde voor medeplegen van belaging. De uitspraak benadrukt het belang van het klachtvereiste en de noodzaak dat elk slachtoffer zijn eigen wil tot vervolging kenbaar maakt.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de veroordeling voor medeplegen van belaging met inachtneming van het klachtvereiste per slachtoffer.