ECLI:NL:PHR:2004:AR0264
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Verantwoordelijkheid voor kosten verplaatsing telecommunicatiekabels bij grond van derden
In deze zaak staat centraal wie de kosten moet dragen voor het verleggen van telecommunicatiekabels die liggen in grond die niet eigendom is van de Staat, maar van derden. KPN Telecom B.V. vordert dat de Staat de kosten draagt voor zover de grond niet aan de Staat toebehoort.
De rechtbank had de vordering van KPN toegewezen, maar het hof vernietigde dit en wees de vordering af. Het hof stelde dat de werkzaamheden op grond van derden als uitgevoerd door of vanwege de gedoogplichtige (de Staat) moesten worden gezien, omdat de derden hun toestemming hadden gegeven.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof een onjuiste uitleg gaf aan artikel 37 lid 1 Wtv Pro. Dit artikel geldt alleen als de verplaatsing nodig is voor werken door of vanwege degene op wie de gedoogplicht rust, wat inhoudt dat die persoon opdrachtgever of mede-opdrachtgever moet zijn. Enkel toestemming geven is onvoldoende. Hierdoor moeten de kosten van verplaatsing van kabels in grond van derden door degene worden gedragen die om de verplaatsing verzoekt, tenzij de derden mede-opdrachtgever zijn.
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en bekrachtigt het vonnis van de rechtbank dat de Staat de kosten draagt voor kabelverplaatsingen in grond waarvan zij geen eigenaar of gedoogplichtige is. Hiermee wordt het beginsel 'liggen om niet, verleggen om niet' bevestigd binnen de juiste grenzen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en bekrachtigt het vonnis van de rechtbank dat de Staat de kosten draagt voor kabelverleggingen in grond van derden.