ECLI:NL:PHR:2004:AR1243
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Individuele beoordeling van verzoeken tot schuldsaneringsregeling bij gehuwden in gemeenschap van goederen
In deze zaak verzochten een gehuwd echtpaar, dat in algehele gemeenschap van goederen was getrouwd, afzonderlijk om toepassing van de schuldsaneringsregeling. De rechtbank verklaarde de regeling voorlopig van toepassing, maar wees het verzoek van de man definitief af wegens het ontbreken van goede trouw. Vervolgens wees de rechtbank ook het verzoek van de vrouw af, mede op grond van eerdere jurisprudentie die de samenhang tussen echtgenoten in gemeenschap van goederen benadrukte.
In hoger beroep bevestigde het hof het vonnis ten aanzien van de man en oordeelde dat de afwijzing van zijn verzoek ook moest leiden tot afwijzing van het verzoek van de vrouw. De vrouw stelde cassatie in tegen deze beslissing.
De Hoge Raad overwoog dat ieder verzoek tot schuldsaneringsregeling individueel beoordeeld moet worden, ook bij gehuwden in gemeenschap van goederen. De enkele omstandigheid van gemeenschap van goederen rechtvaardigt niet dat de afwijzing van het verzoek van de ene echtgenoot automatisch leidt tot afwijzing van het verzoek van de andere. De Hoge Raad vernietigde daarom het arrest voor zover het betrekking had op het verzoek van de vrouw en verwees de zaak naar een ander gerechtshof voor verdere behandeling.
Uitkomst: Het arrest wordt vernietigd voor zover het de vrouw betreft en de zaak wordt verwezen naar een ander gerechtshof.