ECLI:NL:PHR:2004:AR3215
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Toelaatbaarheid bewijs en getuigenverhoor bij stroperszaak onder gewijzigde wetgeving
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof te 's-Hertogenbosch, waarin verdachte werd veroordeeld voor medeplegen van een overtreding van de Jachtwet. De verdediging klaagde onder meer over het niet horen van belangrijke getuigen, waaronder een jachtopziener en medeverdachte, en over het gebruik van een politieverklaring als bewijs zonder mogelijkheid tot ondervraging.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof onterecht het verzoek tot aanhouding van de zaak heeft afgewezen, terwijl de verdediging zich onvoldoende had kunnen voorbereiden. Tevens is geoordeeld dat het gebruik van de niet-ondervraagde getuigenverklaring niet toelaatbaar is als deze niet voldoende steun vindt in andere bewijsmiddelen, wat hier het geval was.
Verder oordeelt de Hoge Raad dat het hof ten onrechte de oude Jachtwet toepaste, terwijl de Flora- en Faunawet van toepassing is met een lagere strafbedreiging. De opgelegde straf was een voorwaardelijke hechtenisstraf van twee weken en een geldboete van €800,-. De Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst de zaak terug naar een ander gerechtshof voor nieuwe berechting en afdoening.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen naar een ander gerechtshof voor nieuwe berechting.