10. Het Hof heeft in de bestreden uitspraak overwogen:
"Mede gelet op het ter terechtzitting gevoerde verweer dat niet bewezen kan worden of de pillen in de zin van (lijst I van) de Opiumwet verboden stoffen bevatten overweegt het hof nog het volgende.
Voorop staat dat de pillen niet in beslag genomen zijn en dat er dus geen direct bewijs is dat de pillen een verboden stof als bedoeld in lijst I bij de Opiumwet bevatten. Het hof is desondanks op grond van de volgende feiten en omstandigheden van oordeel dat er sprake is van de verboden stoffen als bedoeld in de bewezenverklaring.
1. Ter zitting van de rechtbank heeft verdachte verklaard dat ze in april 2000 via Schiphol met het vliegtuig een riem met daarin 7 zakjes XTC pillen heeft vervoerd naar Amerika.
2. Verdachte heeft bij de politie op 31 oktober 2000 (p. 110) verklaard dat zij op de avond in april 2000 voorafgaande aan hun vertrek naar de Verenigde Staten evenals [medeverdachte 1] een XTC pil kreeg. In de pil was het vrijheidsbeeld ingedrukt. Ze namen beiden de pil in. Nadat ze deze pil had ingenomen voelde ze dat ze energie kreeg en werd ze als het ware wakker. Op een gegeven moment moesten ze beiden overgeven. Zij denkt dat het kwam door de XTC pil die zij hadden ingenomen.
3. [Medeverdachte 1] heeft op 7 september 2000 verklaard (p. 091) dat zij en [medeverdachte 1] in april 2000 voor hun vertrek naar de Verenigde Staten ieder een pil kregen, een Liberty. Daaronder moet volgens haar verstaan worden een witte pil met het opdruk van het vrijheidsbeeld. Zij voelde aan de reactie dat het XTC was. De reactie was heftig. Voorts heeft ze op 17 oktober 2000 (p. 094) verklaard dat zijzelf en [verdachte] in april 2000 pillen op het lichaam kregen. Zij en [verdachte] hebben er allebei één van gebruikt en ze merkte dat de pil goed werkte.
4. In het proces-verbaal van bevindingen van het Kernteam Zuid-Nederland, Unit Synthetische Drugs, wordt onder meer het volgende gerelateerd:
"Voor zover bij de U.S.D. bekend zijn tabletten voorzien van de diepdruk Statue of Liberty voor het eerst in maart 2000 ter analyse bij het Nederlands Forensisch Instituut (N.F.I) aangeboden. In oktober 2000 werd voor zover bekend de laatste bij het N.F.I. aangeboden. In de bij de U.S.D. voorhanden zijnde informatie betrof de werkzame stof in alle gevallen MDMA (3,4-MethyleenDioxyMethAmfetamine)."
Onder XTC pillen worden in het gewone spraakgebruik verstaan pillen die een verboden stof bevatten. Verdachte erkent een riem met pillen (om het lichaam) te hebben gedragen. De pillen die verdachte en [medeverdachte 1] hebben ingenomen, behoorden volgens [medeverdachte 1] tot de voorraad van de later op het lichaam vervoerde pillen. Volgens [medeverdachte 1] veroorzaakte de pil een reactie die hoort bij een XTC pil. Beiden hadden van de inname van de pil een reactie die gebruikelijk is bij een XTC pil met werkzame stof. Op die pil stond volgens [medeverdachte 1] een afdruk van het vrijheidsbeeld. Dergelijke pillen zijn rond de periode waarin het transport naar de Verenigde Staten plaatsvond door het N.F.I. getest en hebben volgens het N.F.I. als werkzame stof MDMA.
Het hof acht gelet op het voorgaande bewezen dat de XTC pillen die door verdachte naar de Verenigde Staten zijn vervoerd een werkzame stof bevatten die op grond van lijst I bij de Opiumwet verboden is te weten MDMA."