ECLI:NL:PHR:2004:AR3297
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Overgang van onderneming en de toepassing van artikel 7:662 BW bij reorganisatie en personeelsselectie
Deze zaak betreft de vraag of bij de reorganisatie van Hovap International (Holland) BV en de daaropvolgende indienstneming van een deel van haar personeel door Process House BV sprake is van een overgang van onderneming in de zin van artikel 7:662 BW Pro. [Eiser], voormalig werknemer van Hovap, stelt dat zijn rechten als werknemer zijn overgegaan op Process House.
De rechtbank te Leeuwarden oordeelde dat geen sprake was van een overgang van onderneming. Dit omdat slechts een deel van de werknemers na een selectieprocedure in dienst traden bij Process House, de activiteiten van Process House vergelijkbaar maar niet identiek waren, en de overgenomen projecten een klein deel van de totale activiteiten van Process House vormden. Ook werd het belang van de overdracht van klantenkring en het feit dat werkzaamheden vanuit een ander bedrijfspand werden verricht meegewogen.
De Hoge Raad stelt dat de rechtbank onjuiste rechtsopvattingen heeft gehanteerd en onvoldoende heeft gemotiveerd waarom bepaalde factoren niet tot een overgang van onderneming zouden leiden. Met name het belang van het overnemen van personeel, de overdracht van klantenkring en de voortzetting van activiteiten, ook indien deze vanuit een ander pand plaatsvinden, moeten in een globale beoordeling worden betrokken. De Hoge Raad vernietigt het vonnis en verwijst de zaak terug naar het gerechtshof te Leeuwarden voor een nieuwe beoordeling.
Uitkomst: Het vonnis van de rechtbank wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen naar het gerechtshof voor hernieuwde beoordeling.