ECLI:NL:PHR:2004:AR5747
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling uitleveringszaak Antilliaanse strafrechtelijke kwalificatie niet vereist in advies
In deze uitleveringszaak heeft het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba de uitlevering van de opgeëiste persoon aan de Verenigde Staten toelaatbaar verklaard. De zaak betreft onder meer het medeplegen van opzettelijke handel in cocaïne en heroïne, waarbij de kwalificatie volgens het Hof onder de Opiumlandsverordening 1960 valt.
De verdediging stelde cassatiemiddelen in tegen de wijze van kwalificatie door het Hof en het ontbreken van verwijzing naar bepaalde bepalingen van het Nederlands-Antilliaans Wetboek van Strafrecht. De Hoge Raad stelt dat het niet verplicht is om in het uitleveringsadvies de strafrechtelijke kwalificatie van de Nederlandse Antillen te vermelden; het volstaat dat de toepasselijke wetsbepalingen worden genoemd.
Daarnaast oordeelt de Hoge Raad dat het niet noodzakelijk is om bepalingen betreffende strafoplegging bij meerdaadse samenloop aan te halen in het uitleveringsadvies, omdat deze niet relevant zijn voor de beoordeling van de strafbaarheid en de toelaatbaarheid van uitlevering.
De Hoge Raad verwerpt de cassatiemiddelen en bevestigt dat het advies van het Hof als een bindend advies geldt, waarbij de eis tot vermelding van wetsartikelen voldoende is voor rechtszekerheid en rechtseenheid in uitleveringszaken.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt dat de uitleveringsrechter niet verplicht is de strafrechtelijke kwalificatie van de Nederlandse Antillen in het uitleveringsadvies op te nemen.