ECLI:NL:PHR:2005:AO3156
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over infiltratieaftrek bij grondwaterbelasting en oeverinfiltratie
X NV, een drinkwaterbedrijf, had bezwaar gemaakt tegen de aanslag grondwaterbelasting over januari 2001, waarbij zij een infiltratieaftrek toepaste op basis van een beperkte hoeveelheid geïnfiltreerd water. Het hof wees het beroep af, stellende dat oeverinfiltratie geen infiltratie in de zin van de Wet belastingen op milieugrondslag (Wbm) is omdat het een natuurlijk proces betreft en niet het kunstmatig inbrengen van water in de bodem.
De Hoge Raad concludeert dat het hof een onjuiste rechtsopvatting hanteerde door oeverinfiltratie categorisch uit te sluiten als infiltratie. De wetgever heeft immers een ruime uitleg van het begrip infiltratie in de Wbm beoogd, die ook gevallen omvat waarbij infiltratie het gevolg is van menselijke activiteit, zoals grondwateronttrekking nabij oppervlaktewater.
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak naar een ander hof voor verdere behandeling, waarbij beoordeeld moet worden of belanghebbende kan aantonen dat en in welke mate de grondwateronttrekking leidt tot aanvulling van het grondwater uit oppervlaktewater, het causale verband tussen onttrekking en infiltratie.
De conclusie bevat een uitgebreide analyse van de relevante wet- en regelgeving, parlementaire geschiedenis, Europese richtlijnen en jurisprudentie omtrent het begrip infiltreren van water, de reikwijdte van de Grondwaterwet en de Wbm, en de toepassing van infiltratieaftrek bij grondwaterbelasting.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor verdere behandeling over de vraag of oeverinfiltratie als infiltreren van water kan worden aangemerkt.