ECLI:NL:PHR:2005:AR2418
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging ontnemingsmaatregel wegens ontbreken gemotiveerde beslissing op draagkrachtverweer
De zaak betreft cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam waarin een ontnemingsmaatregel is bevestigd die aan de veroordeelde oplegt een bedrag van ruim 2 miljoen euro aan wederrechtelijk verkregen voordeel aan de Staat te betalen, met vervangende hechtenis bij niet-betaling.
De veroordeelde was betrokken bij een criminele organisatie die zich bezighield met het wisselen van geldbedragen, deels afkomstig uit drugshandel, via wisselkantoren in België en via een informele 'Hawala'-constructie. Hoewel hij in hoger beroep is vrijgesproken van bepaalde helingsfeiten, werd hij veroordeeld voor medeplegen van opzetheling.
In cassatie is onder meer betoogd dat het Hof ten onrechte het gehele geschatte voordeel aan de veroordeelde toerekende, terwijl een medeverdachte werd vrijgesproken, en dat het Hof geen gemotiveerde beslissing heeft gegeven op het draagkrachtverweer dat de veroordeelde niet in staat is het bedrag te betalen. De Hoge Raad oordeelt dat het ontbreken van een gemotiveerde beslissing op het draagkrachtverweer leidt tot nietigheid van het ontnemingsbesluit en vernietigt het arrest voor zover het de betalingsverplichting en vervangende hechtenis betreft, met verwijzing voor hernieuwde vaststelling.
Uitkomst: De ontnemingsmaatregel wordt vernietigd wegens het ontbreken van een gemotiveerde beslissing op het draagkrachtverweer en de zaak wordt verwezen voor hernieuwde vaststelling.