ECLI:NL:HR:2005:AR2418
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- G.J.M. Corstens
- B.C. de Savornin Lohman
- J.W. Ilsink
- J. de Hullu
- Rechtspraak.nl
Vernietiging ontnemingsmaatregel wegens onvoldoende motivering draagkrachtverweer
De Hoge Raad behandelde het cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam waarin een ontnemingsmaatregel was opgelegd aan betrokkene wegens wederrechtelijk verkregen voordeel van ruim € 2 miljoen.
De betrokkene voerde onder meer een draagkrachtverweer aan, stellende dat hij niet in staat was de opgelegde betalingsverplichting te voldoen. Het hof had dit verweer echter niet gemotiveerd beoordeeld, hetgeen volgens de Hoge Raad op grond van de toepasselijke wetsartikelen (oud art. 359 Sv Pro in samenhang met art. 511e Sv) op straffe van nietigheid vereist is.
Verder oordeelde de Hoge Raad dat de vervangende hechtenis die het hof had opgelegd onjuist was, omdat op de zaak de nieuwe wettelijke regeling (art. 577c Sv) van toepassing was die vervangende hechtenis anders regelt.
De Hoge Raad constateerde ook een overschrijding van de redelijke termijn in de cassatiefase, maar achtte dit niet voldoende reden voor cassatie. De uitspraak werd vernietigd voor zover het de betalingsverplichting en vervangende hechtenis betreft en verwezen naar het Gerechtshof 's-Gravenhage voor hernieuwde beoordeling.
Uitkomst: Ontnemingsmaatregel vernietigd wegens onvoldoende motivering draagkrachtverweer en vervangende hechtenis onjuist opgelegd; zaak verwezen voor hernieuwde beoordeling.