ECLI:NL:PHR:2005:AR2760
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing aanvullende schadevergoeding en kostenvergoeding bij brandverzekeringsgeschil
Eiseres, exploitant van een bont- en bruidsmodebedrijf, vorderde schadevergoeding van verzekeraar na een brand in haar bedrijfspand. De brand ontstond in de bontkluis, waarbij de oorzaak onduidelijk bleef; verzekeraar stelde brandstichting door een medewerker vast, eiseres betwistte dit en stelde een technische oorzaak mogelijk.
Na uitgebreid deskundigenonderzoek en meerdere procedures oordeelden rechtbank en hof dat brandstichting niet met voldoende zekerheid was bewezen, waardoor verzekeraar aansprakelijk werd gehouden voor de schade. De omvang van de bedrijfsschade werd vastgesteld op basis van een taxatie door deskundigen, bindend voor partijen.
Eiseres vorderde daarnaast vergoeding van additionele schade wegens te late uitkering en immateriële schade wegens beschuldiging van brandstichting, alsmede vergoeding van buitengerechtelijke kosten. Deze vorderingen werden afgewezen, waarbij het hof oordeelde dat vertragingsschade beperkt is tot wettelijke rente en kosten ter instructie van de zaak onder proceskosten vallen.
De Hoge Raad bevestigde deze oordelen en verwierp de cassatiegrieven, waarbij werd benadrukt dat de taxatie een vaststellingsovereenkomst is die partijen bindt en dat onvoldoende is gesteld om daarvan af te wijken op grond van redelijkheid en billijkheid. Ook werd bevestigd dat de kostenveroordeling terecht was en dat de vordering tot immateriële schade onvoldoende was onderbouwd.
Uitkomst: Hoge Raad bevestigt dat verzekeraar aansprakelijk is voor brandschade, maar wijst aanvullende schade- en kostenvergoedingen af.