ECLI:NL:PHR:2005:AR4037
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid COA tot voortzetting opvang na finale vertrektermijn bij schrijnende humanitaire omstandigheden
De zaak betreft de vraag of het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) zelfstandig kan besluiten de opvang van een uitgeprocedeerde asielzoeker voort te zetten na het verstrijken van de finale vertrektermijn, vanwege bijzondere humanitaire omstandigheden.
[Eiseres], een asielzoeker uit Azerbeidzjan, werd na afwijzing van haar asielaanvraag en het verstrijken van de finale vertrektermijn door het COA gevraagd het asielzoekerscentrum te verlaten. Zij weigerde dit vanwege haar medische toestand en stelde dat bijzondere humanitaire omstandigheden voortzetting rechtvaardigden.
De voorzieningenrechter wees het verzoek van het COA tot ontruiming af wegens schrijnende omstandigheden. Het hof vernietigde dit en veroordeelde [eiseres] tot ontruiming, stellende dat het COA geen zelfstandige beoordelingsbevoegdheid heeft en dat de IND verantwoordelijk is voor de beoordeling van humanitaire omstandigheden.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep van [eiseres], bevestigde dat het COA niet bevoegd is tot zelfstandige belangenafweging na de finale vertrektermijn en dat het hof een juiste belangenafweging heeft gemaakt, waarbij ook rekening is gehouden met de medische situatie van [eiseres].
Uitkomst: Hoge Raad bevestigt dat COA niet bevoegd is om opvang na finale vertrektermijn voort te zetten en veroordeelt eiseres tot ontruiming binnen drie maanden.