ECLI:NL:PHR:2005:AR4462
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing vordering wegens ontbreken contractsoverneming onder Kameroens recht
Cameroon Shipping Lines S.A. (Camship) vordert betaling van vracht- en havencommissie van Seatrade Groningen over de jaren 1992, 1993 en 1995. Camship baseert haar vordering op een overeenkomst uit 1986 waarbij zij als havenagent was aangesteld. Seatrade Groningen voert verweer dat zij vanaf 1993 niet meer contractspartij is, omdat de contracten en commerciële activiteiten zijn overgenomen door Seatrade Group en Scaldis.
De rechtbank verklaart Camship niet-ontvankelijk voor vorderingen vanaf 1993 en wijst de rest af wegens onvoldoende onderbouwing. Het hof bekrachtigt dit oordeel en oordeelt dat geen sprake is van contractsoverneming van Seatrade Groningen aan Seatrade Group, maar van contractopvolging. Camship was op de hoogte van deze wijziging en heeft onvoldoende bewijs geleverd dat zij recht heeft op commissie na 1992.
Camship komt in cassatie met het middel dat het hof ten onrechte het verweer van contractsoverneming heeft verworpen. De Hoge Raad stelt vast dat het hof niet heeft geoordeeld dat sprake is van contractsoverneming op grond van art. 6:159 BW Pro en dat het middel daarom faalt. De vraag of Nederlands recht op contractsoverneming van toepassing is, blijft onbesproken. Het cassatieberoep wordt verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de vordering van Camship wordt afgewezen wegens ontbreken contractsoverneming.