1 In de stukken wordt eiser tot cassatie sub 1 ook regelmatig met (de afkorting van) zijn voormalige naam Academisch Ziekenhuis Leiden (AZL) aangeduid.
2 Zie voor dit laatste r.o. 1.8 van het tussenvonnis van de rechtbank van 2 juli 1997 jo. r.o. 9 van het arrest a quo (op dit punt in cassatie niet bestreden).
3 Zie bijvoorbeeld Lindenbergh, Blij met de geboorte van ... een schadeclaim, Ars Aequi 2003, p. 365, die schrijft dat het bij wrongful birth gaat om een ongewenst gezond kind dat als gevolg van een fout van de arts is geboren terwijl wrongful life ziet op een gewenst, als gevolg van een medische fout gehandicapt kind (kennelijk ongeacht wie claimt).
4 Zie over de onwenselijkheid van het gebruik van deze terminologie ook Sieburgh, Het zijn en het niet, De beoordeling in rechte van de gevolgen van een niet-beoogde conceptie of geboorte, in: Kortmann en Hamel (red.), Wrongful Birth en Wrongful Life, Symposium-bundel ter gelegenheid van het 80-jarig bestaan van de KUN (2004), p. 67.
5 Zie voor commentaren op het arrest NJB 1997, p. 475 e.v.
6 Zie Schoonenberg, Zijn "wrongful birth" en "wrongful life" acties naar Nederlands recht toewijsbaar?, in: J.K.M. Gevers en H.J.J. Leenen (red.), Rechtsvragen rond voortplanting en erfelijkheid (1986), p. 64/65 en Hol, Rechtsvraag Ars Aequi 1996, p. 274.
7 Geld voor leven, Schadevergoeding voor "niet beoogd" leven (diësrede KUN 2003), in: Kortmann en Hamel (red.) Wrongful Birth en Wrongful Life, Symposium-bundel ter gelegenheid van het 80-jarig bestaan van de KUN (2004), p. 12/13.
8 Evenzo Sieburgh, a.w. p. 84/85.
9 Zie voor een bestrijding van het argument van de menselijke waardigheid ook Sluyters, Ongewenst leven, wrongful life, a.w. p. 56/57 en Sieburgh, a.w. p. 70.
10 Dit zou ook gelden voor een ernstig gehandicapt kind, aangezien dit ondanks zijn handicaps toch vreugde aan zijn bestaan kan beleven.
11 Zie Kortmann, a.w. p. 17.
12 Zie Schut, a.w. p. 4.
13 Zie voor dit argument in de literatuur bijvoorbeeld Vranken, a.w. p. 755 en Kortmann, a.w. p. 18. Het wordt daarentegen verworpen door: Schoordijk, Wrongful life mede vanuit rechtsvergelijkend perspectief, NTBR 2001, p. 213/214; Sieburgh, a.w. p. 79 t/m 81; Stolker en Sombroek-Van Doorm, De wrongful life-vordering: schadevergoeding of euthanasie?, NTBR 2003, p. 502/503.
14 Wel causale toerekenbaarheid is aanwezig volgens Schoordijk (Wrongful life mede vanuit rechtsvergelijkend perspectief, a.w. p. 213/214) en Stolker en Sombroek-Van Doorm, (a.w. p. 502).
15 Sieburgh, a.w. p. 74; zie ook Piret, a.w. p. 20; Stolker, Een onrechtmatig bestaan, a.w. p. 17 en Stolker en Sombroek-Van Doorm, a.w. p. 504/505.
16 Zie Schut, a.w. p. 3; Sluyters, in: Grenzen aan de zorg, zorgen aan de grens (Leenen-bundel), 1990, p. 142 en dezelfde in: Kortmann en Hamel (red.), Wrongful Birth en Wrongful Life (Symposium-bundel ter gelegenheid van het 80-jarig bestaan van de KUN), 2004, p. 56; Vranken, a.w. p. 755; Kortmann, a.w. p. 14 t/m 16. Aan het relativiteitsvereiste is daarentegen wel voldaan volgens Stolker, Een onrechtmatig bestaan, a.w. p. 13; Schoonenberg, a.w. p. 70; Van, a.w. p. 107; Hondius, a.w. p. 394; Lindenbergh, a.w. p. 370; Stolker en Sombroek-Van Doorm, a.w. p. 501. Beide grondslagen (zowel tekortkoming als onrechtmatige daad) worden mogelijk geacht door A.M. Hol, a.w. p. 275; Sieburgh, a.w. p. 85 t/m 87; Slabbers, a.w. p. 63.
17 Zie in deze zin Stolker, Een onrechtmatig bestaan, a.w. p. 16; Hol, a.w. p. 276; Kortmann, a.w. p. 17; Sluyters, Leenen-bundel, a.w. p. 143/144 en Ongewenst leven, wrongful life, a.w. p. 55/56. De onmogelijkheid van deze vergelijking behoort niet aan aansprakelijkheid (ook) jegens het kind in de weg te staan volgens Schoonenberg, a.w. p. 69; Schoordijk, Wrongful life mede vanuit rechtsvergelijkend perspectief, a.w. p. 215; Van, a.w. p. 107; Stolker en Sombroek-Van Doorm, a.w. p. 502; Nieuwenhuis, Hellend vlak, NJB 2003, 1382.
18 Zie Sluyters, Ongewenst leven, wrongful life, a.w. p. 57/58 en Verheij, Vergoeding van immateriële schade wegens aantasting in de persoon, diss. 2002, p. 510/511. Tegen dit argument Stolker, Een onrechtmatig bestaan, a.w. p. 18; Stolker en Sombroek-Van Doorm, a.w. p. 504; Kottenhagen, a.w. p. 63; N. Doeswijk en M. De Jonge t.a.p.; Verheij, L&S 2003, p. 4; Nieuwenhuis, Hellend vlak, NJB 2003, p. 1381; Sieburgh, a.w. p. 74/75.
19 TK 2002-2003, 28 781, nr. 5, p. 5.
20 Zie in deze zin ook Verheij, Een pleidooi voor de vergoeding van geringe immateriële schade, RM Themis 1998, p. 339 t/m 350, i.h.b. p. 346 en dezelfde auteur, Vergoeding van immateriële schade wegens aantasting in de persoon, diss. 2002, p. 35 e.v.; Lindenbergh, Smartengeld (diss. 1998), p. 134 e.v., i.h.b. p. 137; Kottenhagen, Smartengeld bij medische aansprakelijkheid, a.w. p. 50, alsmede Asser-Hartkamp 4-I (2004), nr. 467 onder 1 met literatuurverwijzingen.
21 Zie voor de erkenning van het zelfbeschikkingsrecht in verband met de verplichting van de arts tot het verschaffen van informatie over de gevolgen van een operatie HR 23 november 2001, NJ 2002, 386 en 387 m.nt. JBMV. Zie voorts over het begrip zelfbeschikking en de vraag of een schending van het zelfbeschikkingsrecht in ruime zin een aantasting in de persoon oplevert (ontkennend) de conclusie van A-G Langemeijer voor HR 8 september 2000, NJ 2000, 734 (Baby Joost).
22 Evenzo Brunner in zijn noot onder het arrest van 21 februari 1997; Schoonenberg, a.w. p. 66; Gevers, a.w. p. 22/23; Lindenbergh, Blij met de geboorte van ... een schadeclaim, a.w. p. 372, Verheij, diss. p. 509; Kottenhagen, Smartengeld bij medische aansprakelijkheid, a.w. p. 50; Buijssen, AV&S 2003, p. 64 e.v.; Sieburgh, a.w. p. 83/84.
23 Zie hierover de meergenoemde conclusie van A-G Spier voor HR 9 augustus 2002, RvdW 2002, 132, nr. 4.17.1 e.v., de noot van Bloembergen onder HR 8 september 2000, NJ 2000, 734 (Baby Joost) en - in tegengestelde zin - Sieburgh, a.w. p. 84.
24 Vgl. voor toekenning van immateriële schadevergoeding wegens schending van de persoonlijke levenssfeer behalve het reeds genoemde arrest van 9 juli 2004, RvdW 2004, 98 (Groningen/Lammerts) nog HR 30 oktober 1987, NJ 1988, 277 m.nt. LWH en HR 1 november 1991, NJ 1992, 58 e.v.
25 De zgn. nasciturus pro iam nato habetur-regel: "Het kind waarvan een vrouw zwanger is wordt als reeds geboren aangemerkt, zo dikwijls zijn belang dat vordert. Komt het dood ter wereld, dan wordt het geacht nooit te hebben bestaan."
26 Zie in andere zin, in een geval waarin tijdens de bevalling door een kunstfout letsel werd toegebracht aan het kind, Rb. Arnhem 7 maart 2002, L&S 2002, 6.
27 Zie Sieburgh, a.w. p. 87/88 en RM Themis 2004, p. 204.
28 Zie Sieburgh, RM Themis 2004, p. 204.
29 En op grond daarvan ook in de Tweede Kamer is besproken: zie hiervóór in de tekst nr. 22 en de literatuur vermeld in voetnoot 18.
30 Vgl. over het stilzwijgend derdenbeding recent HR 1 okt. 2004, RvdW 2004, 112.
31 In het bijzonder het ontbreken van een algemene zorgvuldigheidsnorm en van risico-aansprakelijkheid voor ondergeschikten.
32 TK 1990-1991, 21 561, nr. 6, p. 55.
33 Zie de vermeerdering van eis, zoals neergelegd in de memorie van antwoord, tevens houdende memorie van grieven in incidenteel appèl, tevens houdende vermeerdering van eis, p. 31. Zie hierna, nr. 54.
34 Zie voor deze door het BGH berechte casus Schoordijk, NTBR 2001, p. 215.
35 Evenzo Lindenberg, Blij met de geboorte van ... een schadeclaim, a.w. p. 373; Stolker, NTBR 2001, p. 42 en Sieburgh, a.w. p. 84, die van mening is dat ouders (cursivering ASH) aan wie het keuzerecht ten aanzien van het wel of niet krijgen van een kind is onthouden, recht hebben op vergoeding van immateriële schade.
36 TK 2002-2003, 28 781. Het wetsvoorstel was ten tijde van het afsluiten van deze conclusie (eind oktober 2004) gereed voor plenaire behandeling door de Tweede Kamer.
37 TK 2003-2004, 28 781, nr. 6, p. 8.
38 Zie in deze zin ook C.E. du Perron, Genoegdoening in het civiele aansprakelijkheidsrecht, Preadvies NJV 2003, p. 121/122.