Conclusie
2.Procesverloop
NJ2002/240 m.nt. J.B.M. Vranken (
Taxibus), A-G]. In elk geval dient de benadeelde voldoende concrete gegevens aan te voeren waaruit kan volgen dat in verband met de omstandigheden van het geval een psychische beschadiging is ontstaan, waartoe nodig is dat het bestaan van geestelijk letsel naar objectieve maatstaven is (of had kunnen worden) vastgesteld. (HR 9 mei 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF4606) [
NJ2005/168 m.nt. W.D.H. Asser (
Beliën/provincie Noord-Brabant), A-G]. Op het uitgangspunt dat geestelijk letsel moet zijn aangetoond kan nog wel een uitzondering worden gemaakt in verband met de bijzondere ernst van de normschending en de gevolgen daarvan voor de benadeelde. (HR 29 juni 2012, NJ 2012/410, ECLI:NL:HR:2012:BW1519).”
Blauw oog-arrest:
ende gevolgen daarvan voor [eiser] .”
3.Kern van de zaak
Blauw oog-arrest [13] heeft geformuleerd, ook geen ruimte gezien voor het aannemen van een aantasting in de persoon “op andere wijze” die niet bestaat in geestelijk letsel.
Blauw oog-arrest.
Blauw oog-arrest, (een ernstige normschending (de Staat spreekt hier in cassatie wel van het “a-criterium”) met ernstige gevolgen (het “b-criterium”)) en de vordering van [eiser] heeft afgewezen, omdat niet is voldaan aan het “b-criterium”. Voor zover het hof daarmee zou hebben geoordeeld dat wel voldaan is aan het “a-criterium”, is dit volgens het middel onjuist althans onvoldoende gemotiveerd.
Blauw oog-arrest en valt ook wel te verenigen met (de door [eiser] genoemde bepalingen uit) het EVRM. Het cassatieberoep van [eiser] zou dan falen en aan het cassatieberoep van de Staat zou Uw Raad dan niet toekomen.
Blauw oog-arrest als zodanig niet te beperkt is geformuleerd c.q. wordt uitgelegd en daarmee vooruitgang aan het front van (het recht op) smartengeld onvoldoende reflecteert of zelfs in de weg zit.
uitbreidingvan de gevallen waarin recht op smartengeld bestaat. Deze ontwikkeling vond, zowel waar het geestelijk letsel als de schending van fundamentele rechten [14] als zodanig betreft, plaats onder de noemer van de persoonsaantastingen of valt, waar het gaat om ontwikkelingen in EVRM-verband, in dat kader in te passen. Wat dat laatste betreft valt bijvoorbeeld te denken aan het toekennen van smartengeld wegens overschrijding van de redelijke termijn voor het nemen van een rechterlijke beslissing in de zin van art. 6 EVRM Pro (hierna randnummer 4.24). Behalve het gegeven van de uitbreiding is ook van belang dat zij gepaard is gegaan met een zekere
verzelfstandigingvan de categorie van de schending van fundamentele rechten als zodanig ten opzichte van de gevallen van geestelijk letsel.
Groninger oudejaarsrellen [15] en
Wrongful life [16] van de mogelijkheid van smartengeld vanwege de schending van fundamentele rechten
als zodanig(hierna randnummers 4.15 e.v.) heeft Uw Raad zelf voedsel gegeven aan de gedachte dat hier inderdaad wat te halen valt, althans aan de gedachte dat de route van smartengeld wegens schending van een fundamenteel recht een zelfstandige is, die zich binnen de categorie van de aantasting in de persoon “op andere wijze” heeft ‘losgemaakt’ van de route van smartengeld wegens geestelijk letsel. In het latere
Blauw oog-arrest, waarbij het hof in de onderhavige zaak nadrukkelijk aansluiting heeft gezocht, lijkt de ruimte voor deze route echter nogal beperkt en lijkt in ieder geval de route die langs geestelijk letsel voert voorop te staan.
als zodanig. Daar komt bij dat met de genoemde arresten
Groninger oudejaarsrellenen
Wrongful liferuimte is gegeven aan een ontwikkeling, denk bijvoorbeeld aan de erkenning van (het recht op vergoeding van) zogenoemde
integriteitsschadein gevallen waarin een informatieverplichting van een arts is geschonden (hierna randnummer 4.23), die zeker nog niet is afgerond. [17] Het strakker aanhalen van de teugels tijdens dat ontwikkelingsproces ligt niet voor de hand. Aanleiding daarvoor is er ook niet; het is zeker niet zo dat er een breed gedragen gevoel is dat het met het smartengeld buiten de sfeer van lichamelijk en geestelijk letsel de verkeerde kant opgaat of dat het op dat vlak zelfs uit de hand loopt, integendeel. [18] Ten slotte verdient in dit verband vermelding dat ook een ontwikkeling als die met betrekking tot smartengeld wegens overschrijding van de redelijke termijn voor het nemen van een rechterlijke beslissing in de zin van art. 6 EVRM Pro (hierna randnummer 4.24) moeilijk te verenigen valt met de terughoudende formulering uit het
Blauw oog-arrest. Waar staan we anno 2018 dus met het (recht op) smartengeld?
angstschadeclaimsdie zich recentelijk in een toenemende belangstelling mogen verheugen. [19] Ook in dat verband wordt de ruimte in het wettelijk systeem geëxploreerd en gaat het in het bijzonder om de vraag welke ruimte de restcategorie van art. 6:106 lid 1 onder Pro b BW (aantasting in de persoon “op andere wijze” (dan door lichamelijk letsel of schending van eer of goede naam)) biedt voor vergoeding van immateriële schade in gevallen waarin van geestelijk letsel geen sprake is. Angst kan weliswaar tot
geestelijk letselleiden en dan eventueel ook aanspraak geven op smartengeld naast vergoeding van eventuele vermogensschade die door dat geestelijk letsel is veroorzaakt, maar de vraag is of de aanspraak op smartengeld vanwege angst tot de gevallen van geestelijk letsel beperkt moet blijven. Niet ondenkbaar is dat, ook zonder dat sprake is van geestelijk letsel, een aantasting in de persoon (“op andere wijze”) aan de orde is. [20]
Blauw oog-arrest om in het kader van de aantasting in de persoon “op andere wijze” meer ruimte te bieden voor vergoeding van immateriële schade buiten de gevallen van geestelijk letsel dan tot nu toe lijkt te worden gedaan. In het verlengde daarvan kom ik in paragraaf 5. tot de slotsom dat het hof de vordering van [eiser] inderdaad niet had mogen afwijzen op de grond dat hij onvoldoende in beeld zou hebben gebracht welke gevolgen de normschending (onrechtmatige blootstelling aan het detentieregime van de EBI) voor hem heeft gehad.
4.Waar staan we anno 2018 met het (recht op) smartengeld?
wanneer(in welke gevallen dus) recht bestaat op smartengeld een zekere uitbreiding van gevallen aan de orde is. [22] De categorie van de persoonsaantasting (aantasting in de persoon “op andere wijze”) is daarbij nader geëxploreerd, hetgeen in ieder geval heeft opgeleverd dat niet alleen geestelijk letsel, maar ook schending van een fundamenteel recht
als zodanigonder omstandigheden aanspraak geeft op smartengeld (nader hierna randnummers 4.15 e.v.);
als zodaniggrond kan zijn voor smartengeld. Zo wordt niet alleen recht gedaan aan hetgeen benadeelde is overkomen, maar wordt ook een prijskaartje verbonden aan onwenselijk gedrag. Dat kan weer van pas komen bij de rechtshandhaving of, anders gezegd, bij de sanctionering van rechten en plichten in het bijzonder wanneer van (andere) schade niet direct sprake is.
Blauw oog-arrest. Geeft dat de stand van ons recht nu juist weer of is het te beperkt geformuleerd en zit het verdere ontwikkeling mogelijk in de weg? Vlak voor aanvang van paragraaf 5. zijn de brede beschouwingen uit het begin van paragraaf 4. steeds verder versmald en keren we terug naar de zaak in de vorm van een tussenbalans (hierna randnummers 4.55 e.v.).
achteraf praten(het kwaad is veelal al geschied) [29] en gaat het er vooral om de
gevolgenvan het gewraakte handelen goed te maken door schadevergoeding. [30] Daarbij gaat het voor zover (feitelijk) herstel mogelijk is, om (door de aansprakelijke persoon te bekostigen) herstel(maatregelen) en voor zover dat niet mogelijk is, om financiële compensatie daarvoor. Dat laatste kan ook betrekking hebben op immateriële schade, zodat de vergoeding in zoverre dus bestaat in smartengeld.
gevolgenvan het gewraakte handelen, in dit laatste geval het eventuele geestelijk letsel.
Jeffrey-zaak [33] wel geleerd, dan niet erg royaal met toewijzing van een enkele verklaring voor recht bijvoorbeeld. In gevallen waarin ‘gevolgschade’ ontbreekt of een causaal verband met gestelde ‘gevolgschade’ niet aannemelijk kan worden gemaakt, zoals bijvoorbeeld het geval kan zijn bij schending van de informatieplicht van een arts (hierna randnummer 4.23), kan dat ertoe leiden dat een (mogelijk ook ernstige) normschending civielrechtelijk ‘onbestraft’ blijft.
als zodanig. De enkele schending van een recht (en dus niet pas de gevolgen daarvan) geeft onder omstandigheden reeds recht op smartengeld. Schending is dan in wezen dus op zich al schade. Het wettelijk systeem biedt daarvoor ook de ruimte. [36]
restcategorieis: aantasting in de persoon “op andere wijze” (dan door lichamelijk letsel of aantasting in eer of goede naam).
Ontvanger/Bosen
Wrongful birth Iwaarin Uw Raad duidelijk heeft gemaakt dat meer nodig is dan gevoelens van meer of minder sterk psychisch onbehagen
. [39] Gevoelens van frustratie, teleurstelling, onzekerheid, angst of verdriet, ook al zijn zij sterk, zijn dus niet voldoende. In latere rechtspraak heeft Uw Raad dat uitgewerkt. In het
Taxibus-arrest heeft Uw Raad aangegeven dat geestelijk letsel in beginsel pas kan worden aangenomen wanneer sprake is van een in de psychiatrie erkend ziektebeeld, [40] althans is, zo overweegt Uw Raad in het arrest
Beliën/provincie Noord-Brabant, daartoe vereist dat de benadeelde “voldoende concrete gegevens [aanvoert], waaruit kan volgen dat in verband met de omstandigheden van het geval een psychische beschadiging is ontstaan waartoe nodig is dat naar objectieve maatstaven het bestaan van geestelijk letsel is of had kunnen zijn vastgesteld.”. [41] De lat ligt daarmee dus tamelijk hoog. [42]
als zodanigonder omstandigheden recht geeft op smartengeld. [43] Daarvoor is dus niet (langer) vereist dat sprake is van geestelijk letsel. Het gaat (inmiddels) om een zelfstandige categorie van gevallen die zich als het ware van de gevallen van geestelijk letsel heeft losgemaakt. In het oog springende arresten in dit verband zijn die inzake
Groninger oudejaarsrellenen
Wrongful life.
Groninger oudejaarsrellen [44] aanleiding gevende geval hadden de eisers in een zeer bedreigende situatie lange tijd vergeefs moeten wachten op ingrijpen door de politie. Uw Raad liet (na sprongcassatie) het oordeel van de rechtbank in stand dat de aard en de ernst van deze nalatigheid dusdanig waren dat deze een zeer ernstige inbreuk op de integriteit van de persoon en de veiligheid van de woning van eisers opleverden, en daarmee een aantasting in hun persoon in de zin van art. 6:106 lid 1 onder Pro b BW. Daarvoor is dan niet nodig dat ook psychische schade (geestelijk letsel) is vastgesteld. Het tweede belangrijke arrest is dat inzake
Wrongful life, waarin door een beroepsfout van een verloskundige niet aan het licht was gekomen dat een ongeboren kind aan een chromosomale afwijking leed, terwijl tevens vaststond dat de ouders er, als zij dat hadden geweten, voor hadden gekozen de zwangerschap te laten afbreken. [45] Volgens Uw Raad leverde het feit dat hen die keuze was ontnomen een schending van een fundamenteel recht op: [46]
Wanneer aan de moeder de uitoefening van haar keuzerecht wordt onthouden door een fout van een verloskundige en zij daarmee, zoals in de onderhavige zaak, niet ervoor heeft kunnen kiezen de geboorte van een zwaar gehandicapt kind te voorkomen, wordt een ernstige inbreuk gemaakt op haar zelfbeschikkingsrechten is dus niet sprake van affectieschade (kort gezegd: schade die men lijdt door verdriet om het leed of het overlijden van een naaste), waarover de Hoge Raad in zijn arrest van 22 januari 2002, nr. C00/227, NJ 2002, 240, heeft overwogen dat deze ingevolge het wettelijk stelsel geen recht geeft op vergoeding.
Een zo ingrijpende aantasting als in dit geding aan de orde van een zo fundamenteel recht moet worden aangemerkt als een aantasting in de persoon in de zin van art. 6:106 lid Pro 1, aanhef en onder b, BW, zonder dat nodig is dat geestelijk letsel is vastgesteld.” [onderstrepingen toegevoegd, A-G]
Groninger oudejaarsrellen. Dat ziet immers op het recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer ‘in fysieke zin’ en ligt in het verlengde van de rechtspraak van Uw Raad waarin al een recht op smartengeld was aangenomen in zaken waarin ook het recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer aan de orde was maar de nadruk lag op
privacy-aspecten. [47] Opmerkelijker is de ontwikkeling in het
Wrongful life-arrest dat ziet op het zelfbeschikkingsrecht, omdat daarin, overigens in lijn met eerdere literatuur, [48] een andere koers is ingeslagen dan in twee eerdere
Wrongful birth-zaken waarin Uw Raad nog had beslist dat schending van het zelfbeschikkingsrecht als zodanig geen recht gaf op smartengeld. [49]
als zodanigkan smartengeld aangewezen zijn. In ieder geval heeft Uw Raad aanvaard dat:
verzelfstandiging. [54]
gevolgenheeft gehad.
instrumentele inzetvan het recht op smartengeld: daar waar concrete (andere) schade ontbreekt en toch een zekere financiële druk op potentiële laedentes en/of een erkenning in financiële zin nodig is van hetgeen getroffenen is overkomen, kunnen art. 6:106 BW Pro en een in dat verband aangenomen recht op smartengeld soms uitkomst bieden.
integriteitsschadeinderdaad ook wel aangenomen. [56] Geheel uitgekristalliseerd is deze ontwikkeling nog niet, maar interessant is zij zeker. Zij is immers een mooi voorbeeld van een geval waarin het aansprakelijkheidsrecht bij gebreke van (gevolg)schade eigenlijk ‘tandeloos’ is (hiervoor randnummer 4.9) en als het ware gered wordt door het recht op smartengeld. Dat geeft alsnog daadwerkelijke inhoud of betekenis aan de verplichting van de arts tot en daarmee ‘tanden’ aan het recht van de patiënt op het verschaffen van informatie.
redelijke termijnvoor het nemen van een rechterlijke beslissing. Hier heeft het EHRM de weg gewezen: staten zijn bij schending van het in art. 6 EVRM Pro beschermde recht op een rechterlijke beslissing binnen een redelijke termijn verplicht hetzij te bewerkstelligen dat de procedure wordt versneld, hetzij compensatie toe te kennen. [57] In dit verband biedt schending van het in art. 6 EVRM Pro beschermde recht op een rechterlijke beslissing binnen een redelijke termijn als zodanig recht op vergoeding van immateriële schade. [58] Daarbij worden spanning en frustratie verondersteld, zodat deze niet aannemelijk gemaakt of bewezen hoeven te worden. Bovendien is dit ook voldoende voor (een recht op) smartengeld. Het is dus niet nodig om geestelijk letsel aan te voeren; dat is in deze gevallen geen vereiste voor smartengeld. Spanning en frustratie worden, als gezegd, verondersteld [59] en voor de duur van de overschrijding wordt vervolgens een forfaitaire vergoeding toegekend. Nadat verschillende bestuursrechters in het kielzog van het EHRM inderdaad aansprakelijkheid van de Staat wegens schending van de redelijke termijn hadden aangenomen en in dit verband smartengeld hadden toegekend, [60] heeft Uw Raad zich in 2014 uitgesproken over het regime in civiele zaken waarin als bijzondere complicatie aan de orde is dat de overheid laat staan de Staat in de regel niet in de procedure betrokken is. [61] In dit arrest wordt de lijn van de bestuursrechters gevolgd en is ook nog uitgewerkt hoe een op schending van de redelijke termijn gebaseerde claim tegen de Staat aan de orde kan worden gesteld, namelijk in een zelfstandige procedure tegen de Staat voor de kantonrechter. In het onderhavige kader is van belang dat Uw Raad zich wat betreft de omvang van de vergoeding van een eventueel smartengeld heeft aangesloten bij de diverse bestuursrechters, te weten € 500,-- per zes maanden overschrijding, maar ook heeft beslist dat bij een geringe overschrijding het constateren van de overschrijding volstaat.
bestaanvan het recht op vergoeding, maar slechts de vaststelling van de
omvangervan aan het billijkheidsoordeel van de rechter is overgelaten. [68] Desondanks heeft Uw Raad in een geval van belediging geoordeeld dat de rechter bij de begroting van de immateriële schade een discretionaire bevoegdheid heeft, die niet alleen inhoudt dat hij met alle omstandigheden van het geval rekening moet houden maar ook de bevoegdheid insluit om, indien de rechter daartoe gronden aanwezig acht, geen schadevergoeding toe te kennen. [69] In een dergelijk geval zou dan, hoewel eerst een persoonsaantasting is aangenomen, vervolgens toch geen schadevergoeding worden toegekend. Beter lijkt het in zo’n geval aan te nemen dat van een persoonsaantasting in de zin van art. 6:106 BW Pro geen sprake is. Dat kan ook: juist bij persoonsaantastingen zoals schending van eer of goede naam en schending van (andere) fundamentele rechten ligt de nadruk op de
handelingvan de laedens en niet zozeer, zoals bij lichamelijk en geestelijk letsel het geval is, op de
gevolgenvoor de benadeelde. [70] Bij het beoordelen van dat handelen als zodanig en daarmee bij de vraag of sprake is van een persoonsaantasting kan dan ook de wenselijkheid in de gegeven omstandigheden van het al dan niet toekennen van een vergoeding worden betrokken (hiervoor randnummer 4.27).
datnadeel door een vaststelling van de schending in rechte wordt verminderd of weggenomen. En toch kan in andere gevallen een rechterlijke uitspraak wel degelijk iets goedmaken of rechtzetten. Lindenbergh heeft in dit verband gewezen op de immateriële schade die bestaat uit het ‘geschokte rechtsgevoel’, zoals bijvoorbeeld bij schending van bepaalde procedurele rechten aan de orde kan zijn. De route zou dan zijn dat de rechter in zijn oordeel tot uitdrukking brengt dat weliswaar sprake is van een schending, maar dat de schending en haar gevolgen onvoldoende ernstig zijn om te kunnen worden aangemerkt als een persoonsaantasting in de zin van art. 6:106 BW Pro. [71] Aldus kan de beslissing ‘technisch’ worden ingebed, maar de achterliggende reden is eigenlijk een andere, namelijk dat met zijn oordeel al voldoende goed is gemaakt. Dat werkt uiteraard niet indien van ‘gevolgschade’ sprake is, maar eventueel wel bij het ontbreken daarvan.
de gevolgendie schending heeft gehad en schadevergoeding ter zake van de schending van het recht
als zodanig.
als zodanigrecht geeft op smartengeld, is het immers gewrongen om in gevallen waarin schending ook tot andere gevolgen heeft geleid, die met vergoeding van vermogensschade te corrigeren zijn, de vergoeding daartoe te beperken en smartengeld af te wijzen. Dat zien we bijvoorbeeld ook in de
Wrongful birth-zaken. Daar was al duidelijk dat in beginsel recht op vergoeding van opvoedkosten en inkomensschade bestaat. [73] Sinds het
Wrongful life-arrest weten we ook dat schending van het zelfbeschikkingsrecht als zodanig grond geeft voor smartengeld. Dat al sprake is van een substantiële vergoeding ter zake van opvoedkosten en inkomensschade staat aan smartengeld niet in de weg. Een ander oordeel zou ook moeilijk verteerbaar zijn.
als zodanig, en niet om de overige immateriële schade, de meer genoemde ‘gevolgschade’ die bijvoorbeeld aan de orde is bij lichamelijk of geestelijk letsel. Het gaat hier om verschillende zaken. De aard en functie van de schadevergoeding wegens de schending
als zodanigzijn anders, immers meer gericht op sanctionering of erkenning, dan de aard van de vergoeding van de gevolgen, waarbij veeleer concreet herstel en compensatie vooropstaan. [74]
Wrongful life-arrest [77] waarin de ouders van het betrokken meisje Kelly, afgezien van de kosten van verzorging en opvoeding, ook smartengeld vorderden. Uw Raad geeft in het kader van de positie van de moeder aan dat haar recht op abortus binnen zekere grenzen in onze rechtsorde is erkend en dat deze erkenning berust op het fundamentele recht van de moeder tot zelfbeschikking. Wanneer haar de uitoefening van haar keuzerecht wordt onthouden door een fout van een verloskundige en zij niet ervoor heeft kunnen kiezen de geboorte van een zwaar gehandicapt kind te voorkomen, wordt een ernstige inbreuk gemaakt op haar zelfbeschikkingsrecht. “Een zo ingrijpende aantasting als in dit geding aan de orde van een zo fundamenteel recht” is een aantasting in de persoon in de zin van art. 6:106 lid 1 onder Pro b BW, zonder dat nodig is dat geestelijk letsel is vastgesteld. De inbreuk op het zelfbeschikkingsrecht
als zodanigkan een recht op vergoeding van immateriële schade dragen.
Wrongful life-arrest waarin de ouders, hadden zij tijdig geweten van de afwijking, voor abortus hadden gekozen.
Wrongful life-arrest laat ruimte voor de conclusie dat:
Wrongful life-arrest, ligt het meer in de rede bij het bepalen van de omvang van een eventueel smartengeld ook oog te hebben voor de context en de belangen die op het spel staan. Daarmee komen ook de concrete gevolgen voor de rechthebbenden in kwestie in beeld. Zo zal doorkruising van de gezinsplanning door een medische fout tot een wat omvang betreft uiteenlopend smartengeld aanleiding geven al naar gelang de situatie die aan de orde is (ouders achten het gezin compleet, gezinsuitbreiding zou hen ‘op dit moment niet goed uitkomen’, ouders zouden voor abortus hebben gekozen wanneer zij tijdig hadden geweten dat van een afwijking sprake was) (hiervoor randnummer 4.39). [83]
als zodanig, maar vanwege de gevolgen ervan, het geestelijk letsel dat bij het gewraakte handelen is ontstaan. In wezen vallen we hier dan dus, uit nood, terug op de ‘oude’ route van de schadevergoeding wegens geestelijk letsel dat het gevolg is van onrechtmatig handelen.
Blauw oog-arrest [86] van Uw Raad echter minder gelukkig. Hoewel Uw Raad in dat arrest mogelijk heeft geprobeerd in de formulering ook de ontwikkeling die spreekt uit eerdere arresten als die inzake
Groninger oudejaarsrellenen
Wrongful life‘te vangen’, suggereert het arrest toch dat binnen de restcategorie van de aantasting in de persoon “op andere wijze” geestelijk letsel eerste viool speelt en dus vooropstaat. Weliswaar is er naast deze gevallen, bij wijze van uitzondering, nog wel enige ruimte voor het aannemen van een persoonsaantasting, maar die ruimte is, zo suggereert de tekst van de rechtsoverweging waar het om gaat (rov. 3.5.), heel beperkt en verlangt het nodige van eiser op het punt van de stelplicht. De lat ligt daarmee hoog.
Groninger oudejaarsrellen-arrest werd verwezen. Uw Raad liet het oordeel van het hof over de persoonsaantasting echter in stand:
Weliswaar is niet in alle gevallen uitgesloten dat een uitzondering op dit uitgangspunt wordt aanvaard in verband met de bijzondere ernst van de normschending en de gevolgen daarvan voor het slachtoffer, maar in het onderhavige geval heeft het hof kennelijk en niet onbegrijpelijk geoordeeld dat daartoe onvoldoende is gesteld.” [onderstreping toegevoegd, A-G]
Groninger oudejaarsrellenen
Wrongful lifejuist een zekere verzelfstandiging van de categorie schending van fundamentele rechten inhouden en daarmee een nevenschikking van deze categorie met die van het geestelijk letsel binnen de restcategorie aantasting in de persoon “op andere wijze” (hiervoor randnummers 4.17 e.v.), ademt het
Blauw oog-arrest een andere sfeer. Hier lijkt in het kader van de restcategorie immers een soort voorrangspositie voor het geval van geestelijk letsel weggelegd. In beginsel is geestelijk letsel vereist (uitgangspunt) en slechts bij uitzondering is dat voor het aannemen van een aantasting in de persoon “op andere wijze” anders. [88] Daarbij wordt de lat ook nog hoog gelegd gelet op de verwijzingen naar de bijzondere ernst van de normschending en de gevolgen daarvan voor het slachtoffer. Bovendien lijkt het aan eiser om daarop voldoende zicht te geven. In de
Blauw oog-zaak mocht het hof in ieder geval aannemen dat eiser daartoe onvoldoende had gesteld.
buitenhet geval van geestelijk letsel een aantasting in de persoon “op andere wijze” aan te nemen. Daarmee zou dan indirect zijn verwezen naar de categorie schending van een fundamenteel recht, hetgeen zou betekenen dat de door Uw Raad genoemde gezichtspunten (ernst van de normschending en de gevolgen daarvan voor het slachtoffer) moeten worden gezien als onderdelen, cumulatieve vereisten zelfs, van een toetsingsmaatstaf voor het toekennen van smartengeld wegens schending van een fundamenteel recht. In die lezing zou daarvoor dus slechts plaats zijn indien behalve van een voldoende ernstige normschending sprake is van (voldoende ernstige) gevolgen (in de zin van nadelen) voor het slachtoffer. Onder anderen Ruitenbeek-Bart gaat in haar commentaar op het hier bestreden hofarrest uit van die lezing, die zij overigens bekritiseert. [90] Zojuist (hiervoor randnummer 4.44) noemde ik deze lezing al als de optie waarin Uw Raad heeft getracht in de bepalende rechtsoverweging ook de rechtsontwikkeling uit arresten als die inzake
Groninger oudejaarsrellenen
Wrongful life‘te vangen’. [91]
Blauw oog-arrest echter om meerdere redenen ongelukkig. [92] In de eerste plaats omdat zo toch ‘eerst’ naar geestelijk letsel zou moeten worden gekeken, [93] terwijl het daar bij schending van fundamentele rechten in de kern niet om gaat (dat bij gevallen van schending van fundamentele rechten soms ook geestelijk letsel kan ontstaan, is wat anders). In de tweede plaats omdat dat met het ‘eerst’ kijken naar geestelijk letsel de nadruk zou liggen op de ‘gevolgschade’ in plaats van op de gedraging (de inbreuk) als zodanig. In de derde plaats omdat deze benadering niet goed aansluit bij de persoonlijkheidsrechten waar het onder meer om gaat. Met het fundamentele karakter van dergelijke rechten verdraagt zich niet goed dat schending alleen tot compensatie zou leiden wanneer de benadeelde daarvan (concrete, aanwijsbare) gevolgen heeft ondervonden. Het gaat immers juist om waarden en belangen die tamelijk ‘ongrijpbaar’ zijn, zodat de gevolgen van schending moeilijk kunnen worden geobjectiveerd en die juist (daarom) op zichzelf bescherming behoeven. [94] En in de vierde plaats omdat nu wordt gesuggereerd dat het bij smartengeld wegens schending van fundamentele rechten steeds zou moeten gaan om ernstige inbreuken en de gevolgen daarvan voor de rechthebbende, terwijl het, denk alleen maar aan de
redelijke termijn-rechtspraak (hiervoor randnummer 4.24), wel degelijk ook kan gaan om gevallen waarin deze lat juist niet zo hoog wordt gelegd.
Blauw oog-arrest is dus ongelukkig geformuleerd, zet ten onrechte geestelijk letsel voorop en suggereert opnieuw ten onrechte dat de ruimte voor het aannemen van een persoonsaantasting buiten dat geval heel beperkt is en per definitie verlangt dat sprake is van een ernstige normschending en door de getroffene aannemelijk te maken gevolgen. Behalve dat zo naar mijn indruk het geldende recht niet optimaal wordt weergegeven, bevordert het
Blauw oog-arrest een verdere rechtsontwikkeling bepaald niet en zit het arrest haar in feite in de weg. Ik zou Uw Raad daarom in overweging willen geven afstand te nemen van (de formulering uit) dat arrest.
Blauw oog-arrest nog bevestigd (hiervoor randnummer 4.45), dat ook (zeer) licht letsel aanspraak geeft op (uiteraard in omvang (zeer) beperkt) smartengeld. De categorie van de schending van eer of goede naam kan hier onbesproken blijven. De rechtsontwikkeling vindt plaats aan het front van de aantasting in de persoon “op andere wijze”.
als zodanigimmateriële schade en geeft de schending
als zodanigook recht op smartengeld. Daarbij treffen we vervolgens meerdere varianten aan. De
eersteis die waarbij het recht op smartengeld afhankelijk is van een beoordeling op aard en inhoud van het fundamentele recht en op de ernst van de inbreuk en gevolgen daarvan (‘zo fundamenteel’ en ‘zo ingrijpend’ in het
Wrongful life-arrest (hiervoor randnummers 4.38 e.v.)). Op deze punten is het aan de getroffene aannemelijk te maken dat deze smartengeld rechtvaardigen. De eventuele vergoeding kan ook weer een serieuze omvang hebben, van een standaardvergoeding is in ieder geval geen sprake. Dat is juist weer anders bij de
tweedevariant die we kennen van de rechtspraak met betrekking tot de overschrijding van de redelijke termijn binnen welke een rechterlijke beslissing moet worden genomen: daar worden de immateriële gevolgen juist verondersteld en heeft de benadeelde het dus gemakkelijk, maar dat heeft een prijs, want daar staat tegenover dat hij genoegen moet nemen met een beperkte vergoeding, het gaat zelfs om een forfaitair bedrag. Het systeem laat ook toe dat op de schending van een recht
als zodaniggeen aanspraak op smartengeld kan worden gegrond, bijvoorbeeld omdat voldoende heil wordt verwacht van sanctionering langs andere weg (vergoeding van ‘gevolgschade’ bijvoorbeeld) of omdat met de vaststelling van de schending al voldoende recht is gedaan (eerder heb ik daarbij steeds verklaring voor recht genoemd, in sommige gevallen kan ook een rectificatie uitkomst bieden). Het systeem laat dan de ruimte om aan te nemen dat van een persoonsaantasting geen sprake is (hiervoor randnummers 4.31 en 4.32). Zo is variatie troef en biedt het systeem ruimte voor rechterlijk beleid op het vlak van sanctionering.
Blauw oog-arrest waarin een ernstige normschending met gevolgen vereist wordt, althans omdat [eiser] onvoldoende in beeld heeft gebracht welke gevolgen voor hem in het geding waren.
5.Bespreking van het cassatiemiddel in het principale cassatieberoep
onderdeel 1van het cassatiemiddel is dat het hof ten onrechte de vorderingen van [eiser] heeft afgewezen op de grond dat hij niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij gevolgen heeft ondervonden van de normschending (het onterechte verblijf in de EBI). Daarmee heeft het hof blijkens de vooropstelling in rov. 6. en 8. toepassing gegeven aan de uitzondering uit het
Blauw oog-arrest. Het hof heeft vervolgens onderzocht of [eiser] persoonlijke gevolgen heeft ondervonden van de normschending. Onder ‘gevolgen’ verstaat het hof, blijkens rov. 11., specifieke nadelen die voor [eiser] uit de detentie onder het EBI-regime zouden zijn voortgevloeid, zoals de gestelde omstandigheid dat hij het vonnis waarin hem een levenslange gevangenisstraf werd opgelegd heeft aangehoord zonder dat hij dat met zijn familie kon delen. Het hof is vervolgens tot de conclusie gekomen dat onvoldoende is komen vast te staan omtrent de gevolgen voor [eiser] , zodat zijn vorderingen moeten worden afgewezen.
Blauw oog-arrest zou anders kunnen worden afgeleid. Het hof heeft dit arrest uitdrukkelijk tot uitgangspunt genomen en het daarin neergelegde regime toegepast met een voor [eiser] negatieve uitkomst. Uw Raad zou de klachten van [eiser] hierop kunnen laten afstuiten en dus de straffe lijn kunnen blijven aanhouden van het
Blauw oog-arrest (hiervoor randnummer 3.5).
Blauw oog-arrest) heeft beroepen, zodat het middel, aldus nog steeds de Staat, berust op ontoelaatbare nova in cassatie dan wel feitelijke grondslag mist. [103]
J./Staatin het kader van vrijheidsbeneming in strijd met voorschriften uit de Wet Bijzondere Opname in Psychiatrische Ziekenhuizen (Wet BOPZ) [111] en ook in het kader van rechtspraak waarin andere dimensies van het recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer aan de orde waren. [112] Dit fundamentele recht is geschonden.
J./Staat, nu in beide gevallen vrijheidsbeneming door de Staat in strijd met de geldende voorschriften aan de orde was. In de zaak
J./Staatwerd de vrijheidsbeneming uiteindelijk niet onrechtmatig geacht, omdat het ging om een verlenging van een rechtmatige vrijheidsbeneming. [114] Om die reden, en omdat, aldus Uw Raad, in de enkele constatering dat de betrokken voorschriften geschonden zijn, reeds een zekere genoegdoening was gelegen, was er in dat geval geen aanleiding om smartengeld toe te kennen. [115] In het onderhavige geval staat daarentegen vast dat de opsluiting van [eiser] onder het EBI-regime onrechtmatig was. Anders dan in de zaak
J./Staatwaren de beperkingen die [eiser] onder het EBI-regime heeft ervaren wel degelijk onrechtmatig.
onderdeel 2.
onderdelen 1 en 2in het principale cassatieberoep terecht zijn voorgesteld.
6.Bespreking van het cassatiemiddel in het voorwaardelijke incidentele beroep
Blauw oog-arrest, een ernstige normschending (de Staat spreekt hier van het “a-criterium”) met ernstige gevolgen (in de woorden van de Staat: het “b-criterium”), heeft toegepast op de onderhavige zaak en de vordering van [eiser] heeft afgewezen omdat niet is voldaan aan het “b-criterium”. Voor zover het hof daarmee zou hebben geoordeeld dat dus wel voldaan is aan het “a-criterium”, is dit volgens het middel onjuist althans onvoldoende gemotiveerd: er is geen sprake van een (bijzonder) ernstige normschending, omdat het verschil tussen het regime waaraan [eiser] is blootgesteld en het regime waaraan hij anders zou zijn blootgesteld daarvoor te gering is, zodat de inbreuken die hij heeft ervaren te weinig ingrijpend zijn om een persoonsaantasting op te leveren.
Blauw oog-arrest beter niet wordt afgeleid dat cumulatieve criteria gelden die voor de beoordeling van een smartengeldvordering vanwege schending van een fundamenteel recht steeds zouden gelden (hiervoor randnummers 4.47 e.v.). In die opvatting zou een klacht over de miskenning van die criteria strikt genomen belang missen. Ik zal toch op de klacht ingaan, omdat niet uit te sluiten valt dat Uw Raad vast blijft houden aan de formulering uit het
Blauw oog-arrest en omdat het vereiste van een (voldoende) ernstige normschending naar mijn indruk eerder dan het gevolgen-criterium aanspraak zou kunnen maken op een zekere algemene gelding.
middel in het incidentele cassatieberoepaf.