ECLI:NL:PHR:2005:AR5752
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring wegens niet-tijdige overlegging processtukken in hoger beroep personen- en familierecht
De zaak betreft een verzoek tot wijziging van alimentatiebetalingen na echtscheiding. De vrouw verzocht de rechtbank om de uitkering tot levensonderhoud te verhogen, maar werd door de rechtbank afgewezen. In hoger beroep stelde zij het hof om vernietiging van die beschikking en toewijzing van een alimentatiebedrag.
De vrouw overhandigde echter niet tijdig de vereiste processtukken uit de eerste aanleg, ondanks herhaalde verzoeken van het hof en een duidelijke waarschuwing dat niet-naleving zou leiden tot niet-ontvankelijkheid. Het hof verklaarde haar daarom niet-ontvankelijk in hoger beroep.
De vrouw stelde in cassatie dat het hof onterecht en onbegrijpelijk had gehandeld, en dat de sanctie van niet-ontvankelijkheid geen wettelijke basis had. De Hoge Raad oordeelde echter dat het hof terecht het Bijzonder rekestreglement en art. 34 Rv Pro. toepaste, dat de vrouw voldoende gelegenheid had gekregen om haar verzuim te herstellen, en dat het middel faalde.
De Hoge Raad bevestigde dat het niet tijdig overleggen van stukken geen wettelijke sanctie kent, maar dat het hof op grond van de goede procesorde en het reglement tot niet-ontvankelijkheid kan besluiten indien herstel niet plaatsvindt. De cassatie werd verworpen.
Uitkomst: De vrouw is niet-ontvankelijk verklaard in hoger beroep wegens het niet tijdig overleggen van processtukken uit eerste aanleg.