ECLI:NL:PHR:2005:AR7344
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Toerekening van kennis van handelsagent aan onderneming bij coöperatie als contractspartij
In deze zaak staat centraal of de kennis van een handelsagent van P&F over de rechtsvorm van de wederpartij, een coöperatie, aan P&F zelf kan worden toegerekend. P&F had meubilair geleverd aan een onderneming die werd bestuurd door [verweerders], die optraden namens een coöperatie die failliet is verklaard. De vraag was of [verweerders] zelf of de coöperatie partij waren bij de overeenkomst.
Het hof oordeelde dat P&F op de hoogte moest zijn van de rechtsvorm van de onderneming, omdat dit in een oriënterend gesprek met een handelsagent was besproken. Het hof stelde dat het niet relevant was dat deze informatie niet aan de directie van P&F was doorgegeven, omdat interne communicatie voor risico van P&F kwam.
De Hoge Raad stelt dat het hof een onjuiste rechtsopvatting heeft gehanteerd door zonder nadere toetsing de kennis van de handelsagent automatisch aan P&F toe te rekenen. De Hoge Raad benadrukt dat moet worden beoordeeld of de wetenschap van de agent in het maatschappelijk verkeer als wetenschap van P&F geldt, waarbij factoren als het aandeel van de agent in de totstandkoming van de rechtshandeling en het gerechtvaardigd vertrouwen van de wederpartij een rol spelen.
De Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst de zaak naar een ander hof voor verdere behandeling, waarbij de toerekening van kennis nader moet worden onderzocht. De uitspraak onderstreept het belang van een zorgvuldige toetsing van toerekening van kennis binnen vertegenwoordiging en de gevolgen daarvan voor contractuele aansprakelijkheid.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen voor nadere beoordeling van de toerekening van kennis van de handelsagent aan P&F.