ECLI:NL:PHR:2005:AR8225
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling strafbaarheid van behulpzaamheid bij zelfdoding voorafgaand en tijdens uitvoering
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Leeuwarden waarin verzoeker is veroordeeld wegens medeplegen van behulpzaamheid bij zelfdoding. De Hoge Raad heeft overwogen dat het begrip 'behulpzaam zijn' in artikel 294 Sr Pro een eigen betekenis heeft die niet strikt beperkt is tot de handelingen tijdens de zelfdoding zelf.
De Hoge Raad stelt dat voorafgaande hulp, zoals het geven van instructies, het verschaffen van middelen en het voorbereiden van de zelfdoding, onder omstandigheden ook strafbaar kan zijn wanneer deze hulp concreet en gericht is op de uitvoering van de zelfdoding en wordt voortgezet tot het moment van de levensbeëindigende handelingen. De aanwezigheid tijdens de zelfdoding kan een voortzetting van die hulp zijn, mits deze niet louter morele steun betreft.
In de onderhavige zaak heeft verzoeker samen met anderen mevrouw B geadviseerd en geholpen bij het voorbereiden en uitvoeren van haar zelfdodingsplan, waaronder het verstrekken van instructies, het klaarzetten van medicijnen en het aanwezig zijn tijdens de zelfdoding. De Hoge Raad oordeelt dat de bewezenverklaring voldoende is onderbouwd en dat de samenwerking tussen verzoeker en anderen als medeplegen kan worden aangemerkt.
Het cassatieberoep wordt verworpen, waarmee de veroordeling van verzoeker tot twaalf maanden gevangenisstraf, waarvan acht maanden voorwaardelijk, in stand blijft.
Uitkomst: De veroordeling wegens medeplegen van behulpzaamheid bij zelfdoding wordt bevestigd met een gevangenisstraf van twaalf maanden, waarvan acht maanden voorwaardelijk.