ECLI:NL:PHR:2005:AR8250
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Veroordeling wegens onttrekking minderjarige aan wettig gezag en opzicht
De verdachte heeft zijn minderjarige dochter in strijd met een geldende omgangsregeling niet op het afgesproken tijdstip teruggebracht naar haar moeder, die samen met verdachte het ouderlijk gezag uitoefent. De omgangsregeling was vastgesteld door de rechtbank en bepaalde dat het kind haar hoofdverblijf bij de moeder had, met bezoekrecht voor de vader.
Na een kort geding werd verdachte bevolen het kind binnen een uur na betekening terug te brengen, maar hij heeft dit bewust nagelaten en het kind tot 8 juni 2001 bij zich gehouden. Het hof oordeelde dat verdachte het kind aan het wettig gezag en opzicht van de moeder had onttrokken en verwierp het verweer van onbekendheid met het vonnis en het beroep op overmacht.
De Hoge Raad bevestigde dat ook een ouder die mede het gezag uitoefent het kind kan onttrekken aan het gezag en opzicht van de andere ouder door zich niet te houden aan een rechterlijk vastgestelde omgangsregeling. De klachten van verdachte tegen het bewezenverklaarde opzet en de bewijswaardering faalden, evenals het beroep op noodtoestand en het verzoek tot getuigenverhoor. Het cassatieberoep werd verworpen.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een taakstraf en voorwaardelijke hechtenis wegens onttrekking van zijn minderjarige dochter aan het wettig gezag en opzicht van de moeder.