ECLI:NL:PHR:2005:AR8286
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bewijsgebruik gijzeling ondanks ontbreken ondervraging slachtoffer
De zaak betreft een gijzeling gepleegd door verdachte in februari 2003, waarbij het slachtoffer gedurende enige tijd tegen haar wil werd vastgehouden. Het hof heeft verdachte veroordeeld tot achttien maanden gevangenisstraf, waarvan zes maanden voorwaardelijk.
De verdediging stelde dat de verklaring van het slachtoffer, afgelegd bij de politie, niet als bewijs mocht worden gebruikt omdat zij niet door de verdediging kon worden ondervraagd. De Hoge Raad overwoog dat art. 6 EVRM Pro dit niet in de weg staat indien andere bewijsmiddelen de betrokkenheid van verdachte voldoende ondersteunen, vooral ten aanzien van de betwiste onderdelen van de verklaring.
Het hof had de verklaring van het slachtoffer bevestigd gezien door verklaringen van de verdachte zelf, diens broer en een onafhankelijke getuige die de vlucht van het slachtoffer beschreef. De Hoge Raad concludeerde dat het hof terecht het bewijs heeft aanvaard en het cassatieberoep verwierp.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling voor gijzeling blijft in stand.