ECLI:NL:PHR:2005:AS2713
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Ontslag statutair bestuurder betekent beëindiging arbeidsovereenkomst tenzij wettelijke beletselen
Deze zaak betreft een cassatie in het belang der wet tegen een vonnis van de voorzieningenrechter van de rechtbank Amsterdam. De kwestie draait om de vraag of het neerleggen van de functie van statutair bestuurder door een bestuurder tevens het einde van diens arbeidsovereenkomst betekent.
De feiten betreffen een bestuurder die zijn functie neerlegt, maar stelt dat de arbeidsrechtelijke relatie blijft bestaan. De voorzieningenrechter oordeelde dat het neerleggen van de statutaire functie niet automatisch het einde van de arbeidsovereenkomst betekent, mede omdat de bestuurder dit expliciet had aangegeven.
De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad betoogt dat het ontslag van een bestuurder in beginsel zowel de vennootschapsrechtelijke als de arbeidsrechtelijke relatie beëindigt, tenzij wettelijke beletselen zoals ontslagverboden dit verhinderen. De Hoge Raad benadrukt het dubbele karakter van de rechtsverhouding tussen bestuurder en vennootschap en wijst op de relevante wetsgeschiedenis en jurisprudentie.
De conclusie is dat een bestuurder niet eenzijdig zijn bestuurderschap kan beëindigen en de arbeidsovereenkomst in stand kan houden zonder instemming van de vennootschap. Dit voorkomt onwenselijke situaties van een bestuurder die geen bestuur meer is, maar wel het salaris en de positie van een bestuurder behoudt. De Hoge Raad zal het vonnis van de voorzieningenrechter vernietigen.
Uitkomst: Het neerleggen van het bestuurderschap door een statutair bestuurder betekent in beginsel ook het einde van de arbeidsovereenkomst, tenzij wettelijke beletselen dit verhinderen.