ECLI:NL:PHR:2005:AS2812
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring wegens gebrek aan belang bij vordering in handelsgeschil
In deze zaak vorderden eiser en Meppel betaling van verweerster wegens een overeenkomst tot levering van een hydraulisch systeem dat niet naar behoren functioneerde. De rechtbank wees de vordering af, stellende dat slechts componenten waren geleverd en niet een compleet systeem, waardoor het risico bij eiser en Meppel lag.
Het hof verklaarde eiser niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van een voldoende belang bij de vordering, omdat eiser slechts onder een handelsnaam handelde en geen zelfstandig belang aannemelijk had gemaakt. Verweerster had ontslag van instantie gevraagd jegens Meppel, wat het hof toewijst, waarna eiser niet-ontvankelijk werd verklaard.
In cassatie klaagt eiser over het oordeel van het hof, maar de Hoge Raad verwerpt het beroep. De cassatiedagvaarding is niet nietig ondanks een onjuiste aanduiding van de advocaat. De Hoge Raad oordeelt dat het hof terecht ambtshalve het belang van eiser heeft getoetst en dat eiser onvoldoende belang heeft gesteld of aannemelijk gemaakt. De niet-ontvankelijkverklaring en de kostenveroordeling worden bevestigd.
Uitkomst: Eiser wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan voldoende belang bij zijn vordering.