ECLI:NL:PHR:2005:AS3595
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt aansprakelijkheid bestuurders voor belastingschulden ondanks termijnverweer
In deze zaak stonden bestuurders van een failliete vennootschap centraal die aansprakelijk werden gesteld voor naheffingsaanslagen loonheffing. De ontvanger stelde hen aansprakelijk op grond van de Invorderingswet 1990 wegens kennelijk onbehoorlijk bestuur en het niet melden van betalingsonmacht.
De bestuurders voerden onder meer aan dat de ontvanger hen niet tijdig had gedagvaard binnen de in de Leidraad Invordering 1990 voorgeschreven termijn van twee maanden na betwisting van de aansprakelijkstelling. Ook stelden zij dat de ontvanger niet binnen twee maanden had laten weten of de melding van betalingsonmacht rechtsgeldig was. Deze termijnverweren werden door rechtbank en hof verworpen, waarbij het hof oordeelde dat de ontvanger een nadere termijn had toegekend voor motivering van de betwisting, waardoor de termijn van twee maanden pas daarna begon te lopen.
De Hoge Raad bevestigde deze oordelen en overwoog dat de termijn van twee maanden uit de Leidraad Invordering 1990 een fatale termijn is, maar dat de ontvanger hieraan had voldaan. Ook werd geoordeeld dat het hof terecht had vastgesteld dat sprake was van kennelijk onbehoorlijk bestuur, waardoor aansprakelijkheid kon worden aangenomen. De klachten over het niet naleven van procedurele waarborgen en het bewijsaanbod werden eveneens verworpen. Het beroep in cassatie werd verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de bestuurders wordt verworpen en hun aansprakelijkheid voor de belastingschulden bevestigd.