ECLI:NL:PHR:2005:AS4749
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring verdachte wegens te laat ingesteld hoger beroep in verkeerszaak
Het Gerechtshof Amsterdam heeft verdachte bij verstek veroordeeld voor overtreding van artikel 7, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994, met een geldboete en subsidiair hechtenis. Verdachte stelde hoger beroep in, maar dit was te laat ingediend. De brief van verdachte waarin hij hoger beroep aankondigde, was gedateerd 1 mei 2002, maar kwam pas op 6 mei 2002 bij de griffie binnen, terwijl de termijn op 3 mei 2002 was verstreken.
Er waren geen bijzondere omstandigheden die de overschrijding konden rechtvaardigen en verdachte noch zijn raadsman waren in hoger beroep verschenen om dit te betwisten. De advocaat-generaal bij het hof vorderde daarom niet-ontvankelijkheid van verdachte in het hoger beroep. De Hoge Raad oordeelt dat het hof dit had moeten doen en kan dit alsnog beslissen.
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verklaart verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter van 19 april 2002. Het cassatieberoep wordt verworpen, waarmee de niet-ontvankelijkverklaring definitief is.
Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in hoger beroep wegens overschrijding van de termijn.