ECLI:NL:PHR:2005:AS5074
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt korting op schadeloosstelling bij onteigening voor bestemmingsplan
Deze zaak betreft een cassatieberoep tegen een vonnis inzake de onteigening van twee percelen ten behoeve van een bestemmingsplan. De kern van het geschil was of de eiser recht had op schadeloosstelling voor het verlies van een woning en de waardering daarvan, alsmede de omvang van de vergoeding voor het houden van varkens op het onteigende terrein.
De rechtbank had de werkelijke waarde van het onteigende vastgesteld op €1.110.000, maar vervolgens een korting toegepast wegens contant maken, wat in cassatie werd bestreden. Daarnaast was er discussie over de waardering van een tweede woning die niet in gebruik was en over de vergunning voor het houden van varkens.
De Hoge Raad oordeelde dat de korting op de werkelijke waarde niet gerechtvaardigd was, omdat de deskundigenrapporten de waarde al met inachtneming van de peildatum hadden bepaald. Ook werd geoordeeld dat de rechtbank terecht was teruggekomen op eerdere tussenvonnissen en dat er geen sprake was van een verrassingsbeslissing. Het incidentele cassatieberoep van de gemeente, gericht op de motivering van het oordeel over de varkenshouderij, werd verworpen.
De Hoge Raad vernietigde het vonnis voor zover het de korting betrof en stelde voor de zaak ten principale af te doen met toekenning van het bedrag van de ten onrechte toegepaste korting met wettelijke rente. Het incidentele cassatieberoep werd afgewezen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de korting op de schadeloosstelling en wijst het bedrag met wettelijke rente toe; het incidentele cassatieberoep wordt verworpen.