1 De feiten zijn ontleend aan rov. 2.1-2.3 van het bestreden arrest.
2 In rov. 2.3 van het bestreden arrest heeft het hof eiseressen tot cassatie 5 en 6 kennelijk door elkaar gehaald.
3 De cassatiedagvaarding is uitgebracht op 9 februari 2004 (7 februari 2004 viel op een zaterdag).
4 Verwezen wordt naar de pleitnota in hoger beroep van mr. Lutjens, p. 4 onderaan.
5 Zie voor arresten waarin eenzelfde vraag aan de orde kwam: HR 6 januari 1995, nr. 15543, JAR 1995, 34 ([...]/Iselmar Rekreatie), HR 27 oktober 1995, nr. 15811, JAR 1995, 253 ([...]/BSS), HR 3 mei 1996, nr. 15916, NJ 1996, 523 (SSFM/[...]), HR 19 december 1997, nr. 16481, NJ 1998, 300 ([...]/Kantoormachinebranche), HR 21 december 2001, C00/080, JAR 2002, 20 ([...]/SFB), HR 31 mei 2002, C00/186, NJ 2003, 110 (Ziekenhuis De Heel/[...]) en HR 13 september 2002, C00/347, JOL 2002, 457 ([...]/Stichtingen).
6 Zie bijv. HR 19 april 1996, nr. 15965, NJ 1996, 500 ([...]/FNV) en HR 21 december 2001, C00/080, JAR 2002, 20 ([...]/SFB). Vgl. ook Veegens/Korthals Altes/Groen, Cassatie in Burgerlijke zaken (1989), nr. 76, pp. 148-149.
7 Zie HR 17 september 1993, NJ 1994, 173 ([...]/[...]) en HR 24 september 1993, NJ 1994, 174 m.nt. PAS (Hol/EIM).
8 HR 13 maart 1981, NJ 1981, 635 m.nt. CJHB, AA 1981, p. 355 m.nt. PvS.
9 Zie bijv. HR 19 december 1997, nr. 16481, NJ 1998, 300 ([...]/Kantoormachinebranche), HR 28 juni 2002, C01/012, NJ 2003, 111 m.nt. GHvV ([...]/Motel Akersloot), HR 2 april 2004, C02/306, JAR 2004, 113 (Arriva/[...]) en HR 25 juni 2004, C03/086, JAR 2004, 169 ([...]/[...]).
10 HR 31 mei 2002, C00/186, NJ 2003, 110.
11 HR 28 juni 2002, C01/012, NJ 2003, 111 m.nt. GHvV.
12 HR 20 februari 2004, C02/219, JAR 2004, 83.
13 Het voorgaande volgde reeds uit HR 31 mei 2002, C00/186, NJ 2003, 110 (Ziekenhuis de Heel/[...]).
14 Dit volgde reeds uit HR 28 juni 2002, C01/012, NJ 2003, 111 m.nt. GHvV ([...]/Motel Akersloot).
15 Zie rov. 5.1 en 5.2.
16 HR 31 mei 2002, C00/186, NJ 2003, 110 (Ziekenhuis de Heel), rov. 3.7 en 3.8.
17 HR 14 februari 2003, C01/347, NJ 2003, 301 (Stichting Thuiszorg/[...]), rov. 3.7.
18 HR 11 april 2003, C01/248, NJ 2003, 430 ([...]/Terra Nigra), rov. 3.5.
19 HR 2 april 2004, C02/306, JAR 2004, 113 (Arriva/[...]), rov. 3.4.
20 Ontleend aan de SOFAS-CAO (1998/2002), zie bijv. productie 2 bij akte overlegging producties van 8 november 2001. De SUWAS-CAO (1998/2002) bevat vrijwel gelijkluidende bepalingen. Als productie 1 is bij CvA, tevens CvE in reconventie de SUWAS-CAO 2000/2004 overgelegd (die eveneens vrijwel gelijk luidt).
21 Ik becommentarieer hiermee tevens pp. 11-12 van de s.t. namens [verweerster], die stelt dat naar algemeen spraakgebruik degene die werkzaamheden 'doet verrichten' een zekere mate van invloed heeft op, althans leiding over de wijze waarop die werkzaamheden geschieden.
22 Zie onder de feiten, nr. 2.1 supra.
23 Voor een bevestigend antwoord is in 2003 - voorzichtig - gepleit door Sagel, in ArbeidsRecht 2003/11, pp. 23-24.
24 Zie voor eerdere arresten van de Hoge Raad: HR 1 november 1957, NJ 1960, 173 (Intercommunale Waterleiding), HR 14 mei 1965, NJ 1965, 206 (Gembouw), HR 22 april 1977, NJ 1977, 426 (Leijs Ferry), HR 29 april 1977, NJ 1977, 459 (Gebr. De Jong), HR 10 januari 1986, NJ 1986, 476 m.nt. G (Heineken), HR 23 december 1988, NJ 1989, 264 (Delken), HR 6 juni 1997, nr. 16300, NJ 2000, 232 (Drijvende Bokken) en HR 5 februari 1999, C97/272, NJ 2000, 451 (Albany).
Zie voor lagere rechtspraak: Ktg. Delft 5 juli 1962, NJ 1963, 100 (Van Essen), Rb. 's-Gravenhage 18 december 1967, NJ 1969, 119 (Brak/Van Tilburg), Rb. Haarlem 19 april 1983, NJ 1984, 470 (Medianet), Rb. Zutphen 7 februari 2002, JAR 2002, 80 (Oldenhave) en Rb. Rotterdam 14 augustus 2002, Pensioen Jurisprudentie 2002, 129 (PGGM).
25 Wet van 17 maart 1949, Stb. 1949, J 121. Deze wet is per 1 januari 2001 vervangen door de Wet verplichte deelneming in een bedrijfstakpensioenfonds 2000, Stb. 2000, 628. Zie over de oude en de huidige wetgeving: E.J. Offerhaus, Bedrijfspensioenfondsen (diss. 1953), Van Veen en Scheffers, Rotterdam, E. Lutjens, De Wet BPF, Pensioen Monografieën 7, 1999 en R.A.C.M. Langemeijer, Verplichte bedrijfspensioenfondsen, Pensioenwijzers 9, 2000.
26 Handelingen II, 1 februari 1949, 785, p. 1101.
27 MvA, Kamerstukken II (1948/1949), 785, nr. 5, p. 2.
28 Zie (ten overvloede) bijv. Veegens/Korthals Altes/Groen, Cassatie in Burgerlijke zaken, 1989, nr. 76, p. 147.
29 Overgelegd onder meer als productie 4 bij akte overlegging producties van 8 november 2001.
30 HR 10 januari 1986, NJ 1986, 476 m.nt. G (Heineken). Vgl. ook Rb. Zutphen 7 februari 2002, JAR 2002, 80 (Oldenhave).
31 Van Dale, 13e druk 1999 bij lemma loonbedrijf: 'bedrijf dat in opdracht bepaalde werkzaamheden verricht'.
32 Vgl. in dit verband nog T. Koopmans, De Begrippen werkman, arbeider en werknemer (diss. 1962), Samsom, Alphen aan den Rijn, pp. 250-259 en 294-302. Koopmans bespreekt hierin zogenaamde ploegovereenkomsten, resp. zogenaamde leenverhoudingen.
33 Vgl. 's hofs (in cassatie onbestreden) rov. 3.3