ECLI:NL:PHR:2005:AS5952
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling draagkracht en toekomstige lasten bij vaststelling kinderalimentatie na echtscheiding
In deze zaak staat centraal of het hof bij de vaststelling van de draagkracht van de man voor de betaling van kinderalimentatie rekening moest houden met de financieringslasten van zijn auto en met toekomstige lasten voortvloeiend uit de deling van de huwelijksgemeenschap.
De rechtbank had de kinderalimentatie vastgesteld op €17,50 per maand per kind, waarna de vrouw in hoger beroep ging en het hof de alimentatie verhoogde naar €150 per maand per kind. De man stelde cassatie in tegen het oordeel van het hof dat de autolasten en de toekomstige lasten uit overbedeling niet in mindering mochten worden gebracht op zijn draagkracht.
De Hoge Raad overweegt dat het hof terecht heeft geoordeeld dat de schuld voor de auto niet meetelt bij de draagkracht, mede gelet op de hoge prioriteit van kinderalimentatie en de relatief korte woon-werkafstand die de man geacht wordt per fiets af te leggen. Ook acht het hof het niet verplicht om bij de alimentatie rekening te houden met toekomstige lasten uit overbedeling, omdat de rechter dit naar eigen beleid kan bepalen en wijziging van alimentatie mogelijk blijft.
De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt daarmee het oordeel van het hof.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt dat het hof terecht geen rekening hield met de autolasten en toekomstige lasten uit overbedeling bij de vaststelling van de kinderalimentatie.