ECLI:NL:PHR:2005:AS5978
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verzoek contra-expertise bij machtiging voortgezet verblijf psychiatrisch ziekenhuis
In deze zaak betwist verzoeker een machtiging tot voortgezet verblijf in een psychiatrisch ziekenhuis en klaagt over de afwijzing van zijn verzoek om een contra-expertise. De rechtbank wees dit verzoek af omdat de diagnose door een onafhankelijke arts in een ander ziekenhuis was bevestigd.
De Hoge Raad bespreekt de wettelijke regeling van art. 8 lid 6 Wet Pro Bopz, waarin de rechter bevoegd is deskundigenonderzoek te gelasten en deskundigen en getuigen op te roepen, tenzij het achterwege laten daarvan de betrokkene niet redelijkerwijs in zijn belangen schaadt. De Hoge Raad bevestigt dat de rechter een discretionaire bevoegdheid heeft en niet verplicht is elk verzoek om contra-expertise toe te wijzen, mits de afwijzing voldoende gemotiveerd is.
De Hoge Raad overweegt dat in deze zaak de diagnose schizofrenie, paranoïde type, consistent is bevestigd door meerdere psychiaters en dat de rechtbank voldoende duidelijkheid had over het ziektebeeld en het gevaar. De motivering van de rechtbank is toereikend en het beroep wordt verworpen.
Uitkomst: Het beroep van verzoeker wordt verworpen; het verzoek om contra-expertise is terecht afgewezen.