ECLI:NL:PHR:2005:AS6026
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad beslist over uitleveringsverzoek Moldavië en ne bis in idem-beginsel
De zaak betreft een uitleveringsverzoek van Moldavië aan Nederland voor een persoon die wordt verdacht van zware mishandeling met de dood tot gevolg. De opgeëiste persoon voerde verweren aan tegen uitlevering, waaronder het ne bis in idem-beginsel en schending van artikel 6 EVRM Pro vanwege mogelijke overschrijding van de redelijke termijn en het ontbreken van een effectief rechtsmiddel in Moldavië.
De rechtbank verwierp het ne bis in idem-verweer omdat een vermeende vrijspraak in Moldavië niet voldeed aan de voorwaarden van het Europees Uitleveringsverdrag en de Uitleveringswet. De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en stelde dat alleen een onherroepelijke beslissing van Nederland of een andere verdragsstaat tot weigering van uitlevering kan leiden.
Verder oordeelde de Hoge Raad dat het verweer van schending van artikel 6 EVRM Pro niet slaagt omdat niet is aangetoond dat de opgeëiste persoon na uitlevering geen beroep kan doen op artikel 6 EVRM Pro of dat een geslaagd beroep onvoldoende gecompenseerd zou worden. De Hoge Raad verklaarde het uitleveringsverzoek toelaatbaar en verwierp de aangevoerde verweren.
Uitkomst: Het uitleveringsverzoek van Moldavië is toelaatbaar verklaard en de verweren zijn verworpen.