ECLI:NL:PHR:2005:AS7542
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Nietigheid arrest wegens ontbreken gelegenheid verdachte tot het geven van het woord in hoger beroep
De zaak betreft een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage waarbij de verdachte niet-ontvankelijk werd verklaard in zijn hoger beroep tegen een veroordeling wegens mishandeling van een ambtenaar in functie. Het hof nam deze beslissing op basis van een aantekening dat de verdachte afstand had gedaan van het recht op hoger beroep, zonder de verdachte zelf het woord te geven.
De raadsman van de verdachte betwistte deze afstand en stelde dat zijn cliënt ontvankelijk was. De Hoge Raad oordeelt dat op grond van art. 283 lid 6 Sv Pro, dat ook van toepassing is op hoger beroep, en algemene beginselen van een behoorlijke procesorde, een beslissing over ontvankelijkheid pas mag worden genomen nadat de verdachte zelf het woord heeft kunnen voeren. Dit recht op het laatste woord geldt ook als het gaat om een beslissing over een voorvraag.
Omdat niet is gebleken dat de verdachte in hoger beroep het woord is gegeven alvorens de niet-ontvankelijkheid werd uitgesproken, leidt dit tot nietigheid van het onderzoek en het arrest. De zaak wordt vernietigd en terugverwezen naar het hof voor een nieuwe beslissing waarbij de verdachte in de gelegenheid wordt gesteld zijn standpunt toe te lichten.
Uitkomst: Het arrest is vernietigd wegens nietigheid omdat de verdachte niet het woord kreeg alvorens niet-ontvankelijk te worden verklaard.