ECLI:NL:PHR:2005:AS7552
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling meervoudige behandeling vordering verlenging voorlopige hechtenis en wijziging grondslag
In deze zaak staat centraal of een vordering tot verlenging van voorlopige hechtenis die tevens een wijziging of aanvulling van de grondslag bevat, enkelvoudig of meervoudig behandeld moet worden. De advocaat-generaal stelde cassatie in tegen een beschikking van het hof die de verlenging van voorlopige hechtenis door de rechtbank vernietigde omdat deze enkelvoudig was behandeld terwijl dat volgens het hof meervoudig had moeten gebeuren.
De Hoge Raad bevestigt dat verlengingsvorderingen zonder wijziging van de grondslag doorgaans enkelvoudig behandeld mogen worden, omdat dan alleen wordt getoetst of de eerder gegronde redenen nog bestaan. Echter, indien de verlenging gepaard gaat met een wijziging of aanvulling van de verdenking (art. 67b Sv), moet dit als een wijziging van de grondslag worden gezien die een meervoudige behandeling vereist, vergelijkbaar met de eerste beslissing tot voorlopige hechtenis.
De Hoge Raad benadrukt dat deze collegiale behandeling noodzakelijk is vanwege het belang van hoor en wederhoor, de aard van de nieuwe feiten en het feit dat de verdachte op deze gewijzigde verdenking nog niet eerder is gehoord. Hoewel het Openbaar Ministerie in deze zaak geen voortzetting van voorlopige hechtenis meer wenste, is het oordeel over de procedurele vereisten van groot belang voor de praktijk.
Uiteindelijk wordt het cassatieberoep verworpen omdat het Openbaar Ministerie zich neerlegt bij het oordeel van het hof en geen belang meer heeft bij voortzetting van voorlopige hechtenis. De uitspraak verduidelijkt de procedurele waarborgen bij verlenging en wijziging van voorlopige hechtenis.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat vorderingen tot verlenging van voorlopige hechtenis met wijziging van de grondslag meervoudig behandeld moeten worden en verwerpt het cassatieberoep.