ECLI:NL:PHR:2005:AS8447
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Peildatum waardering onroerende zaken bij verdeling nalatenschap en vennootschapsvermogen
Deze zaak betreft de verdeling van onroerende zaken behorende tot een nalatenschap en het vennootschapsvermogen van een ontbonden vennootschap onder firma. De kern van het geschil is de juiste peildatum voor de waardering van deze onroerende zaken. De rechtbank stelde de waarde vast op basis van taxaties uit 1996, terwijl het eindvonnis pas in 1997 werd gewezen. In hoger beroep werd betwist dat de peildatum van het eindvonnis in eerste aanleg kon gelden, omdat de verdeling zelf in hoger beroep opnieuw aan de orde was gesteld.
Het hof oordeelde dat de peildatum het moment van het eindvonnis in eerste aanleg was, ondanks dat het hoger beroep de verdeling deels wijzigde. De Hoge Raad stelt dat volgens vaste jurisprudentie bij hernieuwde behandeling van de verdeling in hoger beroep de peildatum de datum van het hogerberoepsvonnis is, tenzij redelijkheid en billijkheid anders vereisen. Het hof heeft nagelaten te motiveren waarom in deze zaak van die hoofdregel wordt afgeweken.
Met betrekking tot het vennootschapsvermogen (object i) oordeelt de Hoge Raad dat het hof terecht heeft geoordeeld dat de verdeling daarvan niet meer aan de orde was in hoger beroep, zodat de peildatum van het vonnis in eerste aanleg geldt. De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof voor zover het de waardering van de onroerende zaken in de nalatenschap betreft en verwijst de zaak voor verdere behandeling terug.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest voor de waardering van de nalatenschapszaken en verwijst de zaak terug voor verdere behandeling.